Larry Graham maalt niet om blaren

7 juli 2016

“Larry Graham is er niet, hij zit in Nederland. Kan ik een boodschap aannemen?”, zegt de stem aan de andere kant van de lijn. Wat krijgen we nou, denk ik, we hadden toch een afspraak voor een interview? Er klinkt gegrinnik uit de hoorn. Larry Graham probeerde me bij de neus te nemen en dat is hem gelukt. Ondanks zijn kenmerkende bariton had ik zijn stem niet meteen herkend. Zondag 17 juli staat hij met zijn band Central Station in de North Sea Jazz Club in Amsterdam.

Het is op de kop af veertig jaar geleden dat Larry Graham een basrevolutie in gang zette. Zijn pop and slap-techniek – of thumpin’ and pluckin’, zoals hij het zelf noemt – die hij gebruikte op Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin) van Sly & The Family Stone, werd de blauwdruk voor de funkbas. Graham's uitvinding kreeg navolging van talloze bassisten, van Bootsy Collins en Stanley Clarke tot Mark King en Les Claypool. Dankzij hem speelt de bas niet altijd meer een rol op de achtergrond.

Zoals het zo vaak gaat met uitvindingen, ontstond het hameren en plukken bij toeval. Van huis uit is Larry Graham helemaal geen bassist, hij is ook bekwaam op de piano, gitaar, drums, klarinet, saxofoon en harmonica. “Als tiener speelde ik in de band van mijn moeder, zangeres Dell Graham”, vertelt Larry. “Ik speelde de bas op het orgel. Op een dag gingen de baspedalen van het orgel kapot en bleken niet meer te repareren te zijn. Maar zonder de bas had de muziek geen bodem. Dus toen moest ik maar basgitaar gaan spelen. Mijn moeder besloot dat ze geen drummer meer wilde, dus dat hameren en plukken ontstond ter vervanging van de drums; de hamer was de basdrum en het plukken de snare. Ik ben dus eigenlijk per ongeluk bassist geworden.”

Wie Graham tekeer ziet gaan op zijn basgitaar, vraagt zich af hij geen last van blaren heeft. “Natuurlijk, maar dat is juist goed! Een blaar is niet zo erg, die gaat wel weer weg. Je krijgt er eelt van.”

Larry Graham heeft de eer gehad om met twee van de grootste genieën van de popmuziek te mogen spelen: Sly Stone en Prince. Wat heeft hij van hen geleerd? “Leiderschap. Er is een groot verschil tussen lid zijn van een band en de leider zijn. Sly en Prince waren allebei goede leiders. Tegelijk weet Prince ook op de achtergrond te blijven en iemand anders naar voren te schuiven. Hun grootste kwaliteit is hun liefde voor muziek en op basis daarvan behandelen ze iedereen in de band. Als de leider te bazig en gemeen is heeft dat zijn weerslag op de muziek. Je kunt iemand doden met gemeen zijn. Het klinkt niet hetzelfde als wanneer je iemand met liefde behandelt."

Door het roemruchte drugsgebruik van Sly Stone viel The Family Stone begin jaren zeventig uiteen. Vooral Graham raakte met hem gebrouilleerd en de bassist stapte na There’s a Riot Goin’ On (1971) uit de band. Gevraagd naar zijn relatie met Stone houdt Graham zich op de vlakte. Maar zwijgen zegt soms meer dan duizend woorden. “Mijn relatie met Sly en de band was altijd goed. Dat kon je horen aan de vreugde in de muziek.”

Maar hij kan toch niet ontkennen dat het ten tijde van There’s a Riot Goin’ On intern toch niet zo lekker liep? “Wat Sly in zijn privéleven deed, is een ander verhaal. Daar was ik niet bij. Het verschil tussen Riot en de eerdere album was dat we toen allemaal samenspeelden, live in de studio. Voor Riot maakte Sly veel muziek zelf in zijn thuisstudio in Los Angeles. Ik was daar helemaal niet bij. Ik vloog dan naar L.A. om mijn stukken te overdubben. Misschien was Freddie Stone er vaker. Maar hij is familie.”

Wat is er waar van het verhaal dat Sly Stone van zins was Larry Graham te laten vermoorden. "Ach, je weet hoe dat gaat: mensen maken er een sensatieverhaal van. Wat betreft die periode in onze levens, ga ik niet in op de negatieve dingen. Ik focus me op het positieve van de muziek.”

Wat was dan de reden voor zijn vertrek bij Sly & The Family Stone? “Als kind groei je op en op een gegeven moment ga je het huis uit. Dat heeft geen negatieve reden. Het wordt tijd om verder te gaan. Maar het blijft je familie. En soms kom je nog thuis voor een of andere bijeenkomst. Er is nog steeds liefde tussen de ouders en het kind en de broers en zussen. Ze gaan hun eigen levens leiden, maar niet omdat ze het huis uit zijn getrapt.”

Heel wat muzikanten en maffiosi gaan op latere leeftijd in de Heer. Zo ook Larry Graham, hij werd in 1975 Jehova’s Getuige. Hoe staan de Jehova’s eigenlijk tegenover zo’n flamboyante funkateer als Larry Graham in hun kerk? “Er zijn religies die het verbieden, maar Jehova’s Getuigen hebben geen verboden die mij in mijn muziek zouden beperken. Alleen als ik schuttingtaal zou bezigen of me vulgair zou kleden, is dat niet aanvaardbaar volgens de maatstaven van de Bijbel. Maar verder…”

Maar Graham komt uit Sly & The Family Stone, een groep waarin veel drugs werden gebruikt. Is dat geen probleem? “Het zou natuurlijk onaanvaardbaar zijn als ik als nu nog drugs zou gebruiken. Mensen veranderen. De discipelen van Jezus waren anders voordat Hij met hen praatte. Toen ze Jezus gingen volgen, veranderden ze. Veel Jehova’s Getuigen leefden eerst niet in harmonie met de Bijbel, maar toen ze het leerden, veranderden ze. God staat toe dat we leren en onze levens beteren. Hij verwacht niet dat je volmaakt wordt, maar dat je het probeert.”

Gaat Graham ook de deuren langs? “Jazeker. Wie weet klop ik op een dag wel bij jou aan.”

Dit interview verscheen eerder in popmagazine Heaven.