Leonard Cohen: van alle kanten

14 augustus 2012

Mijn vriendenkring vond het maar vreemd dat ik Leonard Cohen draaide naast The Beatles en Bob Dylan. Hij was toch te zacht, te poëtisch, te veel voor meisjes. Het ging ook tegen de tijdgeest in. In een periode dat liedjes altijd een hook moesten hebben, luister naar alle beatbandjes van die tijd, The Beatles voorop, had hij dat helemaal niet. Hij kwam dan wel uit de folkbeweging, maar zelfs bij Dylan zie je meer beweging, meer popinvloeden.

Zijn eerste twee platen, Songs Of Leonard Cohen en Songs From A Room, die ik erg bij elkaar vind horen, zijn mij heel dierbaar. Ik bestudeerde die teksten niet, want ze zaten er niet bij, maar net als bij Dylan gingen ze op een gegeven moment in je hoofd branden. Een dichter die een plaat uitbrengt en een soort popster wordt, is natuurlijk verdacht, dan ben je geen echte dichter. Cohen zei zelf ooit: ‘Ik noem mijzelf liever liedjesschrijver dan dichter, want dat is een functie en geen titel.’ Daar ben ik het helemaal mee eens.

Ik vond zijn werk altijd al heel mooi, maar pas toen ik het met het Avalanche Quartet ging uitvoeren, kreeg ik inzicht in hoe hij zijn nummers schrijft. Het zit heel simpel in elkaar en is toch absoluut niet voorspelbaar. Het gaat altijd over zijn teksten, dat die zo zwaar zijn, maar hij schrijft heel lichte, mooie melodieën. Die eerste plaat is geschreven op Hydra en als je dan kijkt naar die omgeving, dan hoor je dat eiland er doorheen.

Ik ben er vier keer geweest. De eerste keer, eind jaren tachtig, met een vriend uit Helsinki. We zijn naar het huis gegaan, mochten er ook in. Het was helemaal niet poenig, heel authentiek, mooi van vorm, met verschillende kleine vertrekken, een binnenplaatsje en kleine boomgaard, hoog in het dorpje, uitzicht op zee.

Zijn muziek heeft dezelfde lichtheid die Griekse muziek heeft, dat Zuid-Europese, en niets van de Amerikaanse blues. Ik begrijp ook niet dat mensen dat vroeger zo zwaar vonden. Dat heerlijke gitaargetokkel, dat is hijzelf. Prachtig. Ik houd ook van de traagheid en rust in zijn werk. En de melancholie, niet te vergeten. Melancholie vind ik het allerbelangrijkste in muziek, daar moet alles wat ook maar enigszins afleidt wat mij betreft voor wijken.

Op latere platen als Death Of A Ladies’ Man ging het toch wel redelijk mis, met saxofoons en verkeerde drums. Dat wilde ik niet horen. De meeste kreeg ik omdat de Nits bij dezelfde platenmaatschappij zaten en ze wisten dat ik fan was. Andersom heeft Cohen ook platen van de Nits gekregen. Hij was op de hoogte. Toen we elkaar in 1988 ontmoeten, in de kantine van de BRT in Brussel, wist hij wie ik was. Hij was heel erg aardig. Een echte heer.

Henk Hofstede, Lucinda Williams, Marjolein van der Klauw, Bert van de Kamp, Paul Stramrood en Barbara Eggels over Leonard Cohen. In de nieuwe Heaven die vanaf morgen in de kiosk ligt.