Leve de nieuwe Prince

15 juli 2013

Afgelopen vrijdag deed hij een kort weinig om het lijf hebbend gastoptreden bij het concert van Larry Graham op de eerste avond van North Sea Jazz. De meesten hadden de met pruik en zonnebril getooide legende niet eens herkend, maar al snel ging het in de (social) media rond het festival nergens anders over. Wat is dat toch met Prince? 

Zijn extra concerten op de editie van North Sea Jazz twee jaar geleden waren zozo of zelfs ronduit slecht. Voor zijn vrijdagse optreden bood hij een dag later zijn excuses aan, maar toen had Gijsbert Kamer, die als recensent voor de Volkskrant op zijn blog het optreden op zijn juiste waarde had geschat, al de volle laag over zich heen gekregen van fans die de kleine man uit Minneapolis tot God hebben verheven.

Ik was fan van Prince in de jaren tachtig. Zijn concert in de Utrechtse Galgenwaard reken ik tot een hoogtepunt. Sign’o The Times is een klassieker, Purple Rain een anthem. Maar voor een artiest met zijn talent presteert hij het laatste decennium wat ondermaats. Van mij mag hij. Ik reken hem er niet op af. Niemand kan of hoeft zijn hele leven top te zijn.

Neem Cody Chesnutt. Tien jaar geleden maakte in zijn eentje The Headphone Masterpiece, met daarop het door The Roots tot een hit gecoverde The Seed. Pas eind vorig jaar verscheen de opvolger: Landing On A Hundred. Een doorwrocht soulalbum dat herinneringen oproept aan grote soulartiesten als Marvin Gaye en Curtis Mayfield. De sympathieke en serieuze Chesnutt had even afstand moeten nemen van ‘het wereldje’.

Een dag na Prince stond Chesnutt op het podium van North Sea Jazz en ik moest onwillekeurig denken aan Prince. Niet aan de Prince met pruik en zonnebril, maar aan de Prince die mij betoverde. Nog voor Chesnutts band tien noten had gespeeld stond het publiek op de banken. Wat een energie en beleving legt Chesnutt live op de planken. Dit is soul in zijn optimale vorm. Prince is niet dood. Maar lang leve de nieuwe Prince.