Los Lobos en de zaak Paul Simon

11 juli 2014

Vier lentes geleden trokken ze kriskras door het hele land langs niet bepaald rock ’n’ roll gezinde zalen, twee zomers daarna knalden ze een uurtje al te professioneel op het Bospop-festival in Weert, een jaar later openden ze in de Ziggo Dome plichtmatig voor Neil Young & Crazy Horse. En zo geven Los Lobos nu pas voor het eerst dit decennium eindelijk weer eens een clubshow op vaderlandse bodem en wel op zondag 20 juli in de hoofdstedelijke poptempel Paradiso – een van hun favoriete venues, dus dat belooft wat, zeker als bij opperhoofd David Hidalgo het heilige vuur oplaait. Want indertijd verwonderd gevraagd hoezo de amigos de musica juist die avond in, of all places, het Parkstad Limburg Theater in Heerlen boven zichzelf uitstegen, luidde zijn doodsimpele verklaring: “I wanted to play my ass off, so I did.”

Over Los Lobos geschreven. Hoezo schitteren zij eigenlijk door afwezigheid in de Classic Albums-aflevering over Graceland, het meesterstuk van Paul Simon, dat zo fraai afsluit met All Around The World Or The Myth Of Fingerprints, een nummer in het verlengde van hun standaardplaten How Will The Wolf Survive? en By The Light Of The Moon. Lezen? Ja? Komt ie. Medio jaren tachtig doorbrak de Amerikaanse singer-songwriter de culturele boycot van Zuid-Afrika door in Johannesburg twee weken lang te gaan jammen met diverse lokale orkestjes. Uit die urenlange opnamen distilleerde hij thuis in New York vervolgens fragmenten als basiselementen voor wat na schier eindeloos knutselen zou culmineren in een rits weergaloze wereldpopliedjes. Op zoek naar de verbindende schakel tussen Afrikaanse en Amerikaanse volksmuziek stuitte hij op het gemeenschappelijke gebruik van accordeon en saxofoon, wat hem weer op het idee bracht om de studio in te duiken met het combo van zydeco-kroonprins Rockin’ Dopsie uit Lafayette en de Mexicaanse rootsrockers van Los Lobos uit Oost-Los Angeles – althans, volgens eigen zeggen, want in werkelijkheid werden beide groepen hem aangedragen.

Los Lobos stonden destijds onder contract bij Slash, een indielabel gelieerd aan Warner Bros., de platenfirma van Paul Simon, wiens carrière na het commerciële fiasco van het artistiek overigens wel degelijk geslaagde album Hearts And Bones geen dollarcent meer waard leek. Directeur Lenny Waronker, begonnen als producer en eind jaren zestig naast Randy Newman, Ry Cooder en Van Dyke Parks deel uitmakend van een soort geheim muzikaal genootschap, bracht de muzikanten bij elkaar voor een tweedaagse sessie. En daar stonden ze dan die juni in de Amigo Studios in Hollywood-Noord. Paul Simon was namelijk met lege handen komen aanzetten in de veronderstelling dat die Chicano’s spelenderwijs wel iets bruikbaars tevoorschijn zouden toveren, terwijl hij in de controleruimte naast zijn vaste technicus met de armen over elkaar zat af te wachten. Bloedchagrijnig gaf de groep ’s avonds te kennen het voor gezien te houden, waarop de platenbaas hemel en aarde moest bewegen het daags erna nog eens te proberen.

De volgende dag opnieuw lamlendigheid troef – totdat David Hidalgo op een gegeven moment besloot dan maar aan de slag te gaan met de ruwe opzet van een nieuw nummer. Meteen veerde Paul Simon op. “Hé, dat klinkt te gek. Zouden we dat misschien niet wat verder kunnen uitwerken?” Zo gevraagd, zo gedaan. Ruim een jaar later verscheen Graceland met daarop inderdaad hun beider liedje, zij het wel mooi zonder hun naam achter Tekst & Muziek: – en dat terwijl vooral de oerversie van All Around The World Or The Myth Of Fingerprints, nota bene te vinden op de uitgebreide 25th Anniversary Edition, zich toch eerder laat beluisteren als Los Lobos featuring Paul Simon dan vice versa. Enfin, zij natuurlijk verhaal halen, maar toen kregen ze de kous pas echt op de kop: “Sue me. See what happens.” Want anders dan die Zuid-Afrikanen zouden zij geen eigen opname als bewijsstuk kunnen overleggen, dat wist hij zo goed als zeker. Zo, en probeer nou maar eens niet voortaan automatisch bij jezelf te denken: “Die Paul Simon, ik weet het zo net nog niet.”