Marley-documentaire spraakmakend

4 mei 2012

Op 10 mei gaat in een select aantal Nederlandse filmzalen de spraakmakende biografische documentaire Marley in premiere. Voor de regie tekende, nadat eerder Martin Scorsese en Jonathan Demme waren afgevallen, cineast Kevin Macdonald, bekend van ondermeer Last King of Scotland en Touching The Void.

Met een speelduur van 145 minuten is de film een hele zit. Zoals het een bioscoopwaardige documentaire betaamt, kent Marley de nodige cinematografisch fraai ingevulde rustpunten. Maar tegelijk zijn de bijna tweeëneenhalf uur maar nét toereikend om de vele aspecten die de mens, de artiest én de mythe Bob Marley vormden te belichten. Dat doet MacDonald op uitmuntende wijze door talloze korte maar rake interviewfragmenten met familieleden, collega’s, vrienden en andere direct betrokkenen te verweven met archiefopnamen, persoonlijk filmmateriaal en effectieve sfeerbeelden. Zijn benadering verdient bewondering, en al helemaal de manier waarop hij de jeugdjaren en vroege carrière van The Wailers verwerkt. De oudst bekende foto van Marley werd pas rond zijn zeventiende gemaakt en bewegend beeld van de groep is nog zeldzamer, maar zonder stijlbreuk te plegen beweegt het verhaal zich moeiteloos naar de latere, intensiever op beeldband vastgelegde periode. Hoewel er beslist een massa waardevol interviewmateriaal op de montagevloer moet zijn beland, is het resultaat een boeiend portret van de tot icoon uitgegroeide complexe persoonlijkheid Marley.

Het gedoe over talloze netelige zaken en conflicten rond de - niet testamentair vastgelegde - nalatenschap van Marley moet in de drie decennia die verstreken sinds de dood van de reggaester wat zijn getemperd. Want zonder het achterste van hun tong te laten zien, spreken veel betrokkenen vrijuit en illustreren hun getuigenissen de zwaktes en schaduwkanten van Marley én de talenten en eigenschappen die hem tot een van de invloedrijkste artiesten ooit maakten. Terwijl overleden key-players Peter Tosh en producer Coxsone Dodd hier node worden gemist, leveren Rita en Ziggy Marley, Bunny Wailer, diverse managers, bandleden en vertrouwelingen als advocate Diane Jobson, ‘sportvriend’ Skill Cole en art director Neville Garrick natuurlijk hun bijdrage. Aangevuld met commentaar van verrassender personages als jeugdvriend Lloyd McDonald, PNP-bad boy Tony Welch, Marley-liefje Cindy Breakspeare en de opvallend openhartige dochter Cedella, wordt een boeiend maar voor velen ongetwijfeld ook confronterend beeld geschetst.

Marley's enorme drive, moed en onvermoeibare wil om het voor zichzelf én de wereld goed te doen worden verklaard. Maar ook de hardheid en het egoïsme die nodig waren om dat te bewerkstelligen en maakten dat hij zich staande wist te houden in zijn door armoede, geweld en botsende belangen beheerste omgeving. Regisseur MacDonald laat voelen en zien hoe Marley als artiest zijn carrière van hoogtepunt naar hoogtepunt manoeuvreert, terwijl de mens Marley worstelt met zijn gemengde afkomst, relaties met vrouwen, levensgevaarlijke politieke loyaliteit, zijn rol als vader en – uiteindelijk – het onherroepelijke naderen van zijn vroegtijdige dood. Hooguit de immense rol die het rastafari-geloof bij dat alles speelde blijft wonderlijk genoeg wat onderbelicht in het geheel. 

Rode draad in de film is natuurlijk Marley’s muziek. Gedeelten van tientallen tracks illustreren subtiel het verhaal. Vanzelfsprekend, want werkelijk alles wat Marley bezighield of overkwam vond in enigerlei vorm zijn weg naar de teksten en thema’s van zijn songs. Mooi om te zien bijvoorbeeld hoe veelzeggend en profetisch het verraderlijk eenvoudig klinkende maar briljante Cornerstone, dat hij al op jonge leeftijd schreef, uiteindelijk blijkt te zijn. Omdat de fragmenten elkaar snel maar mooi verwerkt afwisselen, stuwt de muziek het verhaal eerder voort dan het op te houden. Op strategische momenten neemt MacDonald geregeld even de tijd om een opname z’n volledige impact te gunnen. Indrukwekkend is bijvoorbeeld de registratie van Jamming tijdens het One Love Peace Concert in Kingston. Wanneer de manisch dansende Marley bijna in trance de rivaliserende politici Manley en Seaga voor een moment verzoent, voel je bijna hóe welkom een ‘adempauze’ in de letterlijk moordende verkiezingscampagne van 1978 was.

Het streven naar die eenheid, een leven lang het hoogste goed voor de zo veel tegenstellingen in zich verenigende Robert Nesta Marley, is ongetwijfeld de belangrijkste erfenis die hij ons naliet. En de slotscène van deze sfeervolle en inspirerende documentaire toont hoe actueel én tastbaar die nog altijd is.