Muziek uit de Bijlmer

17 oktober 2018

In 2018 is het vijftig jaar geleden dat in de Bijlmer de eerste bewoners hun huis betrokken. Dat feit wordt in het Amsterdamse stadsdeel gevierd met tal van activiteiten en evenementen. Het jubileumjaar startte eind november 2017 en komt met een groot slotfeest in de AFAS Live op 25 november ten einde.

Tot die datum is in het atrium van het Cultureel Educatief Centrum aan de Bijlmerdreef de expositie ‘Bijlmer Sounds’ te zien. Daarin, de naam zegt het al, ligt de focus op de muziek die het officieel ‘Amsterdam Zuidoost’ geheten stadsdeel in een halve eeuw heeft voortgebracht.

Met toespraken door onder meer stadsdeelvoorzitter Tanja Jadnanasing, een multimediale live-uitzending, Surinaamse hapjes en natuurlijk livemuziek ging de expo op 21 september van start. Die wil een ode zijn aan de muzikale rijkdom van de Bijlmer. Maar een totaaloverzicht is ondoenlijk, leggen de samenstellers vooraf uit. En dus brengt men ‘een selectie aan betekenisvolle verhalen voor het voetlicht’.  

Boy Edgar

Dat heeft geresulteerd in vijf deelexposities, ‘over iconen en jong talent, over gisteren en vandaag’. Zo’n icoon is bijvoorbeeld Boy Edgar, de man die een huisartsenpraktijk in de Bijlmer combineerde met een bestaan als jazzartiest. Als pianist, trompettist, componist, maar vooal als leider van zijn eigen big band, geldt de zoon van een Armeense vader en een moeder uit het toenmalige Nederlands-Indië als ‘een van de meest spraakmakende figuren uit de Nederlandse jazzgeschiedenis’, aldus de toelichting. ‘Bijlmer Sounds’ toont fraai beeldmateriaal, afkomstig  uit het Nederlands Jazz Archief, van de schijnbare alleskunner naar wie een prestigieuze jazzprijs is vernoemd.

Dirk W. De Jong

De expo laat nog meer mooi beeldmateriaal zien. Dat van Dirk W. De Jong bijvoorbeeld. De op fietsafstand van de Bijlmer wonende fotograaf, vooral bekend van zijn speurtochten naar de roots van de blues en soul in de Verenigde Staten, ontdekte ooit de bloeiende gospelscene in Zuidoost, dompelde zich er vervolgens in onder en wijdde er het project ‘I Believe In Amsterdam’ aan. Hier is daaruit een greep te zien met eraan gekoppeld beelden van en herinneringen aan de komst van Solomon Burke in september 2005 naar de tweede editie van het Gospel Festival Amsterdam, dat in het stadsdeel inmiddels wortel heeft geschoten.

Hiphop

Dat geldt ook voor hiphop, die, zo licht de expo toe, ‘stem geeft aan de nieuwe multiculturele generatie’. Gezien de bevolkingssamenstelling van de Bijlmer vond de uit achterstandswijken in de Verenigde Staten overgewaaide muziekstijl ‘vruchtbare grond in de betonnen jungle’. Die was namelijk inmiddels van een oorspronkelijk voor de middenklasse uit oude Amsterdams wijken geplande ‘stad van de toekomst ’een dumpplek geworden voor met name Surinaamse migranten die snel ergens moesten wonen. Fotograaf, journalist en Bijlmerbewoner Auke VanderHoek volgt de lokale hiphopscene, die zich vooral manifesteert onder de naam ‘Bijlmer Style’, al jaren en ‘Bijlmer Sounds’ toont een selectie uit zijn werk. Zijn vakgenoot Jonna Bruinsma legde in samenwerking met AnneMarie Tiebiosch, met haar Shain Foundation en broedplaats annex studio een vooraanstaand cultuuraanjager in het stadsdeel , een aantal belangrijke spelers uit de Bijlmer muziekscene vast.

Kaseko

En dan is er tenslotte aandacht voor kaseko, ‘het best bewaarde geheim in de relatie tussen Nederland en Suriname’, aldus de samenstellers. Die staan er dan ook bij stil dat de aanstekelijke Surinaamse dansmuziek tot op heden zijn weg niet naar een groter publiek heeft gevonden. Het zou te maken hebben met de relatie tussen Surinamers en Nederlanders, waar ‘van oudsher iets ongemakkelijks in zit’. En, voegt men er aan toe, ‘dat overige Nederlanders kaseko meestal niet erkennen of niet waarderen, ervaren veel Surinamers als desinteresse’. Maar, met de hand in eigen boezem, ‘het verwijt van de andere kant is dat de kaseko onvoldoende is uitgedragen. En al helemaal niet op een manier die herkenbaar en verteerbaar is voor de ontvanger.’ Dat de emancipatie in andere landen die een koloniale relatie met elkaar hebben wat soepeler verliep, zou ook met praktische redenen te maken hebben: ‘De uitvoerders en liefhebers van kaseko hadden geen al te beste economische positie en ook niet iets als een netwerk bij platenmaatschappijen.’

Ronald Snijders

Zelf worstelde die wereld van de muziekindustrie ook met de klanken die in de (voormalige) overzeese gebiedsdelen populair waren, blijkt uit een uit het blad Black Stage overgenomen kritisch artikel. Daarin wordt melding gemaakt van een poging van de KRO-radio uit begin jaren tachtig om de ‘exotische popmuziek uit Suriname’ aan een breder publiek te presenteren. Even verder is een uit hetzelfde blad overgenomen artikel van fluitist/componist Ronald Snijders te lezen waarin hij een gouden toekomst voor Surinaamse muziek ziet, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo zijn wat hem betreft voor de Surinaamse overheid taken weggelegd op het gebied van taalonderwijs, het stimuleren van de liedkunst en het tot één gemeenschappelijke stijl samensmelten van de muziekstijlen die bij de verschillende bevolkingsgroepen van het land horen. Een mooie idealistische visie waarvan je je na vijftig jaar muziek uit de Bijlmer kunt afvragen of die niet iets te hoog gegrepen was, maar die wellicht tot iets meer had geleid dan een paar tot het grote Nederlandse publiek doorgedrongen noveltyhits als Trafassi’s Wasmasjien of Mi Rowsu van Damaru.  

‘Bijlmer Sounds’ in het Cultureel Educatief Centrum te Amsterdam Zuidoost op maandag t/m vrijdag van 09.00-18.00 uur t/m 25 november.