Neil Peart – De drummer (van Rush) die zoveel meer optrommelde

13 januari 2020

Muzikant Neil Peart, drummer van de progressieve rockband Rush, is op 67-jarige leeftijd overleden. Hij wordt beschouwd als een van de beste rockdrummers aller tijden. Maar hij was veel meer dan dat. Wim Boluijt, zelf een fanatieke motorrijder, herdenkt de veelzijdige Canadees.

Een stem vernemen

Zijn rode Renault 4 stond op ons te wachten. Meester Kardol zat achter het stuur. Waarom wij? Ik weet het niet meer. Maar toen, ergens aan het begin van de jaren zeventig, had hij ons vieren uitgenodigd om met hem mee te gaan naar het Evoluon in Eindhoven. Het Evoluon leek in die dagen zo uit een strip van Edgar P. Jacobs te zijn neergedaald. De toekomst en hoe techniek deze zou vormgeven. Wonderlijke vitrines en een kleine, bestuurbare heftruck op een tafel die anders reageerde op de bedieningsconsole dan verwacht. Later ging ik er opnieuw heen. Er was een geluidscabine waar een viertal muziekstukken van diverse aard te horen waren. Quadrafonisch omgaf het de cirkelganger die ik toen was. De woorden van Nijhoff uit het gedicht De moeder de vrouw volstaan: “{…} laat mij daar midden uit de oneindigheid/een stem vernemen dat mijn oren klonken.” Die stem was van Geddy Lee. Een van de muziekstukken was The Trees van Rush. Afkomstig van Hemispheres (1978). Het eerste couplet, dat me nooit meer los zou laten: There is unrest in the forest/There is trouble with the trees/For the maples want more sunlight/And the oaks ignore their pleas.

Had ik de Canadese band al eerder gehoord? Mogelijk. In 1979 speelde het drietal op Pinkpop. Er was in die tijd ook een woensdag waarop Theo Stokkink aandacht aan Rush schonk en uitlegde dat de band voor juist dit album naar Londen was getogen om het samen met producer Terry Brown in Monmouthshire, Wales en Londen op te nemen.

Ghost Rider

Op 10 augustus 1997 rijdt er een politieauto de oprit op. Die ochtend heeft Neil Peart zijn negentien jaar oude dochter met zijn motor begeleid naar een tankstation. Zij gaat naar Toronto waar ze in september zal gaan studeren aan de universiteit. Zijn dochter blijkt te zijn omgekomen bij een ongeluk met haar auto. De Rush-drummer is erg aan toe, maar zijn vrouw Jackie nóg erger. Zij verliest alle zin in het leven, uit zich meerdere malen suïcidaal en ziet de terminale kanker die ze krijgt als een verlossing. Tien maanden na die zwarte dag in augustus overlijdt Pearts vrouw.

In 2002 verschijnt Pearts tweede boek (na The Masked Rider, over zijn fietstochten in West Afrika) Ghost Rider: Travels On The Healing Road. Het is het verslag van de motorrit die Peart direct na het overlijden van zijn vrouw maakt. Met zijn BMW R1100 GS rijdt hij van Quebec naar Alaska en vandaar naar Mexico en Belize. Dan keert hij terug naar Quebec. Peart, die sinds hij John Rutsey in 1974 in Rush vervangt, is vanaf die tijd niet alleen de drummer maar ook de tekstschrijver van de band. Ghost Rider: Travels On The Healing Road getuigt van Pearts schrijverschap. Nauwgezet onderzoekt hij zijn ziel en beschrijft hij de wijze waarop hij de GS bestuurt op verharde en onverharde wegen.

Is het omdat ik al heel lang op eenzelfde motor rijdt zoals Peart (in mijn geval nu een GSA 1200)? Ook door weer en wind, vol van gedachten soms en altijd bewust van het gevaar. Dat het mijn pen had kunnen zijn als Peart schrijft ‘balance, balance, balance’?

Zowel Peart als Geddy Lee en Alex Lifeson (de gitarist van Rush) weten dat het voortbestaan van Rush in deze tijd aan een zijden draadje hangt. Overmand door verdriet en overpeinzingen, weet Peart niet of en hoe hij ooit weer deel uit zal maken van de band. Toch hervindt Peart zichzelf, door dat zelfonderzoek, het schrijven, het motorrijden en, als altijd, het verwoede lezen. Het prachtige Vapor Trails (2002) dat een weerslag vormt van Peart’s leven in deze periode, is voor de band dan ook niet minder dan een wederopstanding. In een van de mooiste liedjes van Rush ooit, Ghost Rider, is het zo verwoord: Pack up all those phantoms/Shoulder that invisible load/Keep on riding North and West/Haunting that wilderness road/Like a ghost rider.

Drummer. Auteur. Tekstschrijver. Motorrijder

Peart schreef meer boeken, waaronder Traveling Music (2004) waarin hij verslag doet van het luisteren naar de muziek van onder anderen Miles Davis, Radiohead, Patsy Cline, The Beach Boys en Madonna tijdens lange autoritten in een BMW Z-8. Daarnaast maakte hij met Kevin J. Anderson de steam punk novel Clockwork Angels die het laatste, gelijknamige studiealbum van Rush uit 2012 vergezelt. Het is dan ook niet meer dan treffend dat op de website van Rush als typering van de even teruggetrokken als bescheiden muzikant vier begrippen worden gebruikt: drummer, auteur, tekstschrijver, motorrijder. Peart, die in menige eulogie terecht één van de grootste drummers van onze tijd wordt genoemd, is altijd een student gebleven. Waar het poëzie betreft. Qua literatuur, het motorrijden. Maar vooral het drummen wilde hij steeds verbeteren. “What is a master but a master student? And if that's true, then there's a responsibility on you to keep getting better and to explore avenues of your profession”, vertelde hij Rolling Stone in 2012. Zo kreeg hij, na eerder student van Freddie Gruber in de jaren negentig te zijn geweest, in deze eeuw nog les van Peter Erskine. Zijn bijnaam was niet voor niets ‘the professor’.

Rush

Dat in veel van de artikelen of korte berichtgeving die verscheen naar aanleiding van de dood (gliobastoma) van Neil Peart op 7 januari 2020, voornamelijk drummen en tekstschrijven aan bod komen, is begrijpelijk. Niet iedereen leest (veel) en nog minder mensen rijden motor. Dat in deze verhalen de bijzondere muziek van Rush vaak verkeerd getypeerd wordt en dat de beschrijving hiervan menigmaal louter gebaseerd is op de albums uit de late jaren zeventig, is wél opmerkelijk. Rush, uitgaande van de hardrock en symfo (we spreken tegenwoordig eerder van prog) omarmde de new wave en de synthesizerpop van de jaren tachtig op sublieme wijze en integreerde deze naadloos in haar muzikale idioom. Net zoals reggae en allerhande wereldmuziekinvloeden. Ook de grote rol van Alex Lifeson, een uitstekend gitarist die vaak fraaie akkoordenwisselingen hanteert en prachtig kan soleren, en Geddy Lee die op plaat en podium waarlijk goochelt met zang, bas en toetsen (met handen en met voeten) komt in al die stukken niet altijd goed uit de verf. De twee schreven prachtige liedjes (de lange stukken behoorden al geruime tijd tot het verleden en Lee was heel anders gaan zingen dan hij in de jaren zeventig deed) op basis van de teksten van Peart. Deze laatste, waaruit de (hardvochtige) invloed van Ayn Rand (vooral te horen op 2112 uit 1976) al lang was verdwenen – Peart noemde zich sindsdien ‘a bleeding heart libertarian’- kennen een keur aan onderwerpen: het grote geld, opgroeien als kind in de suburbs, technologie, oorlog, vrede, homoseksualiteit, wetenschap en natuurlijk literatuur. Rush, een van de grote bands van de late twintigste en vroege eenentwintigste eeuw, zal met de dood van Peart nooit meer zijn wat het is geweest. Evenwel is het hartverwarmend om uiteenlopende muzikanten als Questlove, Chuck D, Krist Novoselić en Billy Corgan hun medeleven en lofprijzing te zien uitspreken. Peart was een waarlijk groot drummer. Zoals Taylor Hawkins schreef: “Neil Peart had the hands of God.”

Pubquiz

Bovendien, waarde Heavenlezer, u speelt misschien weleens een pubquiz? Wat antwoordt u op de vraag welke zangeres te horen is in Time Stand Still  (van Hold Your Fire uit 1987)?

Neil Peart: 1952-2020