Nick Cave in Brussel

22 mei 2015

Op weg naar de concertzaal wandelde ik juist langs de artiesteningang van het Koninklijk Circus op het moment dat Nick Cave daar arriveerde. Hij stapte echter niet meer uit de auto om het kleine groepje fans dat zich daar verzameld had te groeten (naar verluidt doet hij dat soms wel), dus misschien heb ik wel een handtekening van Cave gemist. Van het concert zelf heb ik gelukkig niets gemist, want dat was ronduit geweldig!

Dat had voor mij veel te maken met zijn recentste studioplaat Push The Sky Away die ik overweldigend goed vind, een instant klassieker zelfs.  Van deze plaat speelde hij zeven van de negen nummers, en dat waren bijna allemaal.  Zo klonk de opener The Water's Edge dreigend maar vooral erg mooi, en Higgs Boson Blues vind ik van het beste wat Cave ooit gemaakt heeft. Een lang nummer ook, intens gespeeld, met verwijzingen naar Robert Johnson, de duivel en de beroemde/beruchte crossroads. Jubilee Street was bijna te mooi voor woorden (net als op plaat trouwens) en ook het bisnummer We No Know Who U R  was van een onbeschrijfelijke schoonheid.  Push The Sky Away, het laatste nummer van de avond klonk plechtig en statig, en op indrukwekkende wijze deed Cave zichzelf uitgeleide, zowat iedereen in de zaal meer dan tevreden achterlatend.  Het was al even geleden dat ik nog een echte 'rockster' aan het werk had gezien, doch Cave’s hoge ‘star quality’ gehalte stoorde me niet echt. Het was eerder grappig, ondanks het feit dat zijn verbale communicatie met het publiek voornamelijk uit korte zinnetjes met het woordje 'fuck' erin bestond, wat echter niet enkel aan Cave zelf te wijten was...

Tot zover het Push The Sky Away-gedeelte, doch er was nog veel ander moois te genieten.  Een beetje onverwacht vond ik Black Hair misschien wel het allermooiste nummer van het twee uur durende concert. Zelf noemde Cave het "an attempt to bring someone back".  Zonder twijfel een geniale song, mede dankzij de overduidelijke Cohen invloeden.  The Weeping Song en The Ship Song speelde Cave solo op piano, zeer voorspelbaar doch absoluut prachtig in al hun eenvoud.  Ook Into My Arms klonk subliem, overweldigend zelfs. Tupelo klonk heftig en luid, en tijdens het nummer gebaarde Cave naar de toehoorders om op het podium te komen dansen, en het werd nog meer een zootje toen hij zelf over de stoelen in de zaal klauterde. "The King was born in Tupelo!".  En woont nu in Brighton misschien?  Op de versie van The Mercy Seat was niet echt iets aan te merken – een song van dit kaliber is bijna niet kapot te krijgen –, maar kon toch niet tippen aan de bloedstollende versie die Johnny Cash er ooit van maakte.

Cave kwam nog eens terug voor een uitgebreid bisgedeelte. Het aandoenlijke People Ain't No Good, een klaagzang over de echte inborst van nogal wat exemplaren van de menselijke soort, was pijnlijk mooi, triest ook.  Op de terugweg in de auto naar de stokoude jazz en blues van Bessie Smith geluisterd, en dat paste perfect na dit soort concert eigenlijk.