Oh well, whatever, nevermind

29 maart 2012

Vanaf mijn veertiende luister ik naar Nirvana. In mijn vaders platenkast had ik Nevermind ontdekt. Ik luisterde maar snapte het nog niet echt. Wanneer de bom precies insloeg weet ik niet meer. Was het eerst misschien stoer doen of me afzetten tegen de muzieksmaak van mijn klasgenoten, maar op dat moment gebeurde iets dat ik niet goed kan omschrijven, maar dat tot de dag van vandaag voortbestaat. Aantrekkingskracht, energie, zoiets. Ik werd gegrepen door de muziek van Kurt, Krist en Dave, en het pubermeisje werd verliefd op Cobain, die zelfmoord pleegde toen ik zeven was.

Ik begon mijn kledingstijl ook te veranderen. In de kast liggen nog aardig wat Nirvana-shirts. Ik fietste vaak de vijftien kilometer van en naar Leeuwarden, en in twee uur per dag leer je muziek behoorlijk goed kennen. Mijn kamer vol posters - paarden, Spice Girls en Anouk kwamen en gingen, Nirvana bleef. Alle cd’s, inclusief live en verzamelaars met b-kanten. Ik las boeken en artikelen over de band, de grunge-scene, Kurts leven. In een tijd waarin je alles sowieso intenser beleeft, heeft Nirvana enorme indruk op me gemaakt. Vanaf de vierde klas zat ik op een grotere middelbare school. Op de eerste dag, ik vroeg me af of ik niet zou verdwalen, zag ik ineens een meisje met een Nirvana-trui. Ik dacht: "Ik hoop dat we bij elkaar in de klas zitten." En dat was zo. We werden vriendinnen, de twee alternatieve meisjes in een klas van braaf studerenden en popi jopies (en één gothic jongen). Via haar leerde ik veel andere muziek kennen. Ze was een van de weinigen die ook graag naar ‘oude’ muziek luisterden, waarmee mijn vaders kast vol stond: Beatles, Stones, Eric Clapton, Talking Heads, Jimi Hendrix, Joni Mitchell, Bob Dylan. We speelden samen gitaar en ze gaf me de akkoorden van Polly en About A Girl.

De alternatieve periode – ‘heuj, vuile hippies’ riepen ze ons vaak na – ging over in een gothic fase, met muziek van Within Temptation, After Forever en Nightwish. Maar Nirvana bleef. Nu ben ik 25, is mijn muzieksmaak nog een stuk breder en me onderscheiden door kleding hoeft niet meer. Nog altijd luister ik Nirvana, zij het met grotere tussenpozen. Elk artikel in krant of tijdschrift, met meestal het mooie en vaak droevige gezicht van Kurt, wil ik nog steeds meteen lezen. Dus trok ik enthousiast de laatste Heaven van 2011 naar me toe toen ik bij mijn ouders logeerde.

Ik begon het verhaal van Bertram Mourits & Pieter Steinz te lezen. Geen nieuwe informatie natuurlijk. Toen bekroop me een déjà lu, en ik wist zeker dat wat ik las niet klopte. Teenage angst has paid of well, zong Cobain met een verwijzing naar de nihilistische nummers waarmee hij samen met bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl in 1992 was doorgebroken, Now I’m old and bored. Muggenzifterij, ik hoor het al, maar voor iemand die Nevermind – uit 1991, niet 1992 – omschrijft als ‘de soundtrack van mijn puberteit’ een onvergeeflijke fout. Kurt zingt: Now I’m bored and old. Dat klinkt ook beter. Verderop, een zin uit Smells Like Teen Spirit, "Nirvana’s grootste hit met de beroemde zinnen We’re stupid and contagious. Here we are now, entertain us". Maak me midden in de nacht wakker en ik zing: With the lights out, it’s less dangerous, here we are now, entertain us. I feel stupid and contagious, here we are now, entertain us.

Een kort onderzoek bevestigde mijn déjà lu. Grotendeels hetzelfde stuk, inclusief de fouten, staat in Zwanenzangen van Bernard Hulsman & Pieter Steinz, en in NRC Handelsblad van 5 april 1996. Kleinigheden, en je mag je eigen stuk meer dan eens gebruiken, dat weet ik allemaal. Maar voor echte liefhebbers als ik is het toch een beetje jammer.