Once in a Blue Moon: hemels genot onder de maan

26 augustus 2018

Once In A Blue Moon  bracht een ode aan rootsmuziek waarbij jong en oud letterlijk onderdak vonden op drie locaties. Onderdak en soms zelfs een schuilplaats voor de regen die meedogenloos viel, maar er niet in slaagde het feest te bederven. Daarvoor sprak de taal van de muziek te luid. De sfeer bleek onbreekbaar in een muzikale viering waarin - getuige de perfecte geluidskwaliteit - muziek het woord voerde. Oudgedienden en opkomend talent op één affiche, wat wil een mens nog meer? Muziek als schuilplaats voor de ziel. Een hemels genot. En warempel daar was hij, schijnend door de bomen: de volle maan - en hij zag dat het goed was daar in het Amsterdamse Bos. 

Zelfs de regen die soms met bakken uit de hemel viel kon Once in a Blue Moon niet bederven. Deze eerste editie in het Amsterdamse Bos kende een droomstart met klinkende namen uit de wereld van de americana. Muziek om zelfs doorweekt je vingers bij af te likken. Met 5000 mensen op het festivalterrein kon de organisatie met een ‘full house’ tevreden zijn. Met acts als Tim Knol, Seasick Steve, Dewolff, Sam Outlaw, Drive-By Truckers, The Mavericks en David Crosby lijkt de ambitieuze toon voor de toekomst gezet. 

Een kniesoor zou de rijen bij de frietkraam of bij de burger booth misschien wat te lang vinden. Ook zou hij kunnen opmerken dat hij misschien graag een prullenbak had gezien of parkeerplek iets dichterbij. Maar ze waren er niet, de zeurders voor wie de sfeer altijd bepaald wordt door de randverschijnselen en die nooit geraakt lijken te worden door de essentie: de muziek. En de muziek zette de toon. 

In de als honky-tonk omgebouwde romneyloods zette Lee Bains III & The Glory Fires met vuige, vurige Alabama rock’n’ roll de tent in vuur en vlam. Americanapunk leek het wel met soms een vleug soul en countryrock. Met het gaspedaal vol ingetrapt scheurde het viertal uit Birmingham door hun drie albums heen waarbij zanger Lee Bains III het niet naliet het publiek zijn visie op de wereld te geven. Patriottisme gaat in zijn optiek niet samen met rasisme en discriminatie. Een uit goed Amerikaans hout gesneden zienswijze die ook werd gedeeld door de stadsgenoten Drive-By Truckers die later op de Suger Mountain Stage hun kunsten vertoonden. De band klonk als een klok, maar wist live op het podium geen écht overtuigende show neer te zetten die hun albums oversteeg. Ze oogden in zichzelf gekeerd. Er vond wel interactie plaats met het publiek zonder dat ze onderling met elkaar leken te “klikken”. Een band hoort meer te zijn dan de muziek die ze maken. 

De verrassing was een ontketende David Crosby. Goed bij stem en met een set die ruimte gaf aan de puike vijfkoppige band. De veteraan wist met oud en nieuw materiaal de aandacht vast te houden. Zelfs de neerdalende buien leken als sferisch element te passen bij de show. “I never had hits, except in a band. I always wrote the weird stuff.”  Over Trump had hij minder poëtische woorden: ,“We have an asshole as president. But we get rid of him as soon as possible.” Een applaus stak op. 

Ook good old Seasick Steve wist op hetzelfde Blue Moon Stage het Amsterdams Bos te bewegen. Samen met de gelauwerde gitarist Luther Dickinson van onder ander The North Mississippi Allstars speelde hij het zeil van de tent met zijn onvervalste stamp-rock. Op de steeds terugkerende gitaarlicks kan blijkbaar goed worden gedanst. Bij drummer Dan Magnussen maakte zich tegen het eind van de set een vrolijke destructiedrift meester. Eerst had hij door zijn gebonk al een van de bekkens kapotgeslagen. Na afloop ging vrijwel het hele drumstel naar de gallemiezen. De tijd dat Seasick Steve alleen nog maar met zelf ineengezette instrumenten speelde ligt alweer lang achter hem. Direct na afloop van zijn optreden verliet hij per klaarstaande Mercedes het festivalterrein. Seasick Steve boert goed. 

Zoals presentator en ‘popprofessor’ Leo Blokhuis opmerkte is het bij zo’n programma bijna onmogelijk tijd te nemen om iets te eten. De acts volgden elkaar bijna naadloos op. Het was zonde iets te missen. DeWolff pakte het publiek in met muziek die teruggrijpt op vroeger maar in alle urgentie en vitalisme klinkt als vandaag. Met hun vertolking vanOnce In a Blue Moon, afkomstig van hun jongste goed ontvangen album Thrust wisten ze qua feel zelfs de kern van het festival te raken in een verder strakke set zonder onnodige opsmuk. 

De acts waren niet alleen op zichzelf staand van uitzonderlijke kwaliteit, maat ook de samenstelling binnen het festival verdient een compliment.

Bijzonder was verder de op het festival aanwezige tentoonstelling van vaste Heaven fotograaf Han Ernest. Op zijn foto’s legt hij de muziek even stil om de ziel die eruit naar voren treedt tot de beschouwer te laten spreken. Weinig fotografen slagen er dusdanig goed in om die stilte in een schijnbaar achteloos of onbeduidend moment zo betekenisvol te vangen. Foto’s die evenveel veelzeggend zijn als de betekenisvolle stilte in de muziek. 

Once in a Blue Moon, heeft een visitekaartje afgegeven. Dit was een gedroomde eerste editie. Daar kon de regen niets aan afdoen. Het was de vol schijnende maan en de bijzondere line-up die het in het Amsterdamse Bos voor het zeggen hadden. Muziek als een hemels genoegen met americana als spreekbuis. 

Inmiddels heeft de organisatie bekendgemaakt dat er een tweede editie komt. Omcirkel zaterdag 24 augustus 2019 alvast in uw agenda.