Once in a Blue Moon: in het volle zonlicht

27 augustus 2019

Tijdens de tweede editie van Once in a Blue Moon, afgelopen zaterdag in het Amsterdamse Bos, werden de grenzen van americana en roots opgerekt. In de line-up kreeg de rock-’n-roll met namen als Eels, The Waterboys, Duff McKagan featuring ShooterJennings, inderdaad zoon van outlaw Waylon Jennings, en de afsluiters Next of Kin en Courtney Barnett veel ruimte. Deze grensverlegging leidde tot een zichtbare verjonging van het aanwezige publiek. Roots en americana lopen kennelijk stevig in de pas van de algehele verhippingstendens. In de stralende zon waren het artiesten van het kaliber Robert Ellis, Israel Nash, Eels en Tyler Childers die tijdens Once in a Blue Moon als sterren schitterden aan het americanafirmament.

Ten opzichte van de vorig jaar was het festivalterrein verbeterd. Gemoedelijkheid tekende de sfeer ook al tijdens die eerste editie. Maar nu was daar nog een zeker gebruiksgemak aan toegevoegd. Er waren houten vlonders gelegd en ook het aantal plekken om te chillen was vergroot. Bovendien bleek het aantal eettenten toegenomen waardoor je sneller aan de pulled pork of een hotdog zat dan aan het tergend langzaam getapt pils. Dat duurzaamheid zich laat afdwingen via de portemonnee bleek alweer aan het feit dat er dankzij het statiegeld geen lege plastic glazen op de grond lagen. Tot zover het huishoudelijk getut over bier, pinda’s en limonade. Muziek daar draaide het om. De verwachting, na een inhoudelijke sterke eerste editie, was hooggespannen. En Once in a Blue Moon leverde, met klinkende namen, een weergaloos goed geluid en shows die een gemiddeld festivaloptreden moeiteloos overstegen.

Robert Ellis

Robert Ellis trakteerde vroeg in de middag op luisterliedjes op piano en gitaar. Humor en sentiment wisselden elkaar af in een optreden op de Sugar Mountain Stage dat op veel bijval mocht rekenen van Ellis zelf, die aangaf dankbaar te zijn voor de aandacht die het publiek schonk aan zijn gevoelige repertoire, waaronder het prachtige Father, waarin hij een ontroerende brief verklankt aan zijn vader die afwezig was toen hij opgroeide en met wie hij tenminste nog bevriend wil raken. Meesterlijk hoe Ellis daarna weer weet over te schakelen naar luchtigheid, humor en een bijna cabareteske - soms op Randy Newman gelijkende - presentatie van zijn liedjes.

Gregrory Alan Isakov

Gregrory Alan Isakov bracht in zijn optreden op de Blue Moon Stage met een grote band met staande bas een ode aan de melancholie. Een halfuur bleef het spannend en stuwend, daarna gleed het geleidelijk wat af naar middelmatigheid met stemvervormingen en aangename, ongevaarlijke liedjes die niet echt naar een climax toewerkten.

Israel Nash

Dan naar Israel Nash die zich op het kleine gezellige podium Fueled By Lagunitas presenteerde in een onderhemd dat op een gemiddelde bouwplaats niet had misstaan. Er moest gewerkt worden. Samen met zijn drie begeleiders was hij verantwoordelijk voor wat een van de beste optredens van deze editie van Once in a Blue Moon zou worden. Daar waar zijn eerdere optredens na het verschijnen van zijn laatste wapenfeit Lifted nog wel eens wegzakten in een moeras aan esoterische soundscapes, daar koos hij nu voor een straight ahead rock-’n-roll aanpak, waarin zijn refreinrockers goed uit de verf kwamen. Afsluiten deed hij met het toepasselijke Ohio van Neil Young – waarmee vorig jaar David Crosby ook afsloot. Young schreef de protest song binnen Crosby, Stills, Nash & Young waarmee Nash zijn hoorbare schatplichtigheid aan Young niet onder stoelen of banken schoof en tevens beklemtoonde dat de kracht van muziek sterker is dan de soms hemeltergende politieke en sociale realiteit in zijn eigen land.

Duff McKagan

Duff McKagan bleek geen soepele frontman. Niets mis met zijn poses. Ook op zijn pantalon met boots en zijn kortgerokte blonde lief viel niets aan te merken en gaven hem nog enige rock-’n-roll glans, maar als zanger weet hij geen stand te houden. Het optreden, met een gitarist die meegedaan kon hebben aan een Slash Guns N’ Roses look-alike contest – zakte als een plumpudding met een onsamenhangende setlist in elkaar. Nee dan liever The Waterboys met hun aanstekelijke mix van rock en folk en een paar meezingers. Of de storytelling countryrock van oude ziel Tyler Childers die van de Sugar Mountain Stage een honkytonk maakte waarin de hij geest van Hank Williams opriep en de klank van mede Kentuckian en generatiegenoot Sturgill Simpson aangenaam in herinnering bracht. Een bijzonder optreden dat nieuwsgierig maakte naar het vervolg van Childers loopbaan.   

Eels

Eels leek in de line-up een Fremdkörper. Misschien iets te alternatief voor een festival dat niet bang is zo nu en dan te leunen op traditie. Maar het pakte alleszins goed uit. En bovendien komen de meeste popliedjes sowieso voort uit americanawortels. Zo ook het repertoire van Eels. In de hoogste versnelling bracht het viertal onder aanvoering van Mark Everett een van de beste - in ieder geval meest memorabele - shows ten gehore. Geen autopiloot of liedjes spelen zoals ze altijd al klonken. Nee, ze gaven er een nieuwe, stevig rockende draai aan met veel humor die smaakte naar meer. Eels behoorde tot die aangename bands die een festival zo nu en dan een extra boost geven en uittillen boven het maaiveld.

Courtney Barnett 

Buiten Courtney Barnett, die fier haar mannetje stond, was het qua deelnemende dames in de line-up misschien wat dun gezaaid. Maar in tijden waarin door genderfluïditeit ook de grenzen tussen man en vrouw lijken te vervagen moet je hier in dit verband wellicht niets over zeggen. Het wezen van de muziek hoort immers politieke correctheid en discoursen over inclusiviteit en diversiteit te overstijgen. Wat - al met al - niet wegneemt dat meer vrouwelijke artiesten welkom waren/zijn.    

Once in a Blue Moon eert de Amerikaanse muziektraditie en beperkt zich daarbij, gelukkig, niet tot Amerikaanse of enkel Angelsaksische acts. Het festival gooit de grenzen juist open. Hier worden geen muren opgetrokken of genres buitengesloten. Trump, eat this! lijkt Once in a Blue Moon op iets subtielere wijze te willen zeggen. En met die open houding gaat het festival met zekerheid een zonnige toekomst tegemoet.

In de komende editie van Heaven komt een mooie backstage fotoimpressie van het festival door de fotografen Remi Pankras en Dorien Hein.