Onder de naald (3): Anne's dream

3 mei 2018

Ronnie Earl, bluesman en gitaarvirtuoos. Groot geworden bij Roomful of Blues. Uitgegroeid tot man van de wereld als frontman van The Broadcasters. Vanaf 1994 maakt hij nagenoeg alleen nog instrumentale muziek, hoewel hij daar de laatste vijf jaren weer stilaan van terug aan het komen is. Hij beweegt zich op het snijvlak van blues en jazz en laveert met zijn sublieme en subtiele gitaarstijl fraai tussen deze twee muziekstijlen. Maar Ronnie Earl is meer. In de dagen voorafgaande aan dodenherdenking is hij vooral een kind van een ouder die de Holocaust overleefde. Die erfenis torst hij al zijn gehele leven met zich mee en heel af en toe heeft hij de emoties, die daarmee gepaard gaan, verpakt in een nummer zoals in het prachtige Anne’s Dream dat hij 1997 aan het vinyl heeft toevertrouwd. Opgedragen aan Anne Frank. Het kind van de Holocaust. Het kind dat geen zestien jaar mocht worden.

In de vijf minuten dat Anne's dream lang is laat Ronnie Earl op gitaar zijn gevoelens de vrije loop. Het instrumentale nummer is niet alleen een eerbetoon aan het meisje dat het gezicht werd van de Holocaust, het is ook het besef dat de dromen van een kind met een barbaarse wreedheid zijn verwoest. Anne wilde journalist worden. Of filmster. Het waren de ideaalbeelden van een kind. In zijn spel hoor je niet alleen die kinderlijke speelsheid en broosheid, maar ook de trieste wetenschap dat haar dromen nooit zijn uitgekomen. Niet bezongen in woorden maar ingekapseld in noten die hij zijn gitaar laat ontsnappen. Noten die immuun zijn voor ongelooflijke domheid en geweld. Noten die door geen prikkeldraad kunnen worden tegen gehouden. Noten die overal kunnen reiken. Tot achterhuizen en kille barakken aan toe.             

Wellicht heeft Anne's dream zo'n grote impact omdat de onbeschrijflijke waanzin niet wordt benoemd. Dat roept gelijkenissen op met het gedicht Aardrijkskunde van de inmiddels overleden Ida Vos. In dat gedicht uit haar bundel Vijfendertig tranen, verwijzend naar de vijfendertig Joodse kinderen uit haar klas, hanteert ze eenzelfde methodiek. Het gedicht grijpt juist hierdoor op een ongelooflijke manier bij de keel. Geen woord over het vreselijke einde. Die wetenschap ligt bij de lezer. Zij roept die wetenschap met die paar woorden enkel op.

Aardrijkskunde

zij had een onvoldoende / voor aardrijkskunde/ die laatste dag / maar wist een week later / precies waar Treblinka lag / héél even maar

Maar de grootste overeenkomst tussen Anne's dream en de poëzie van Ida Vos is het vreselijke besef dat kinderen het slachtoffer zijn geworden van een vernietigingsdrang die nog steeds niet te bevatten is. Eenendertig van de vijfendertig klasgenoten van Ida Vos overleefden de oorlog niet. Kinderen die ook geen zestien jaar mochten worden. Bij lange na niet. Woest ontworteld. Weggerukt. Ook zij hadden hun dromen. Ze zijn niet uitgekomen. Alleen hun angsten. Alleen die werden werkelijkheid. Het is een trieste balans die ieder jaar opnieuw wordt opgemaakt. Op 4 mei. De dag waarop we niet alleen twee minuten stil zijn. Het is vooral de dag waarop we stilstaan. En hen herdenken die er niet meer zijn.

Ik ga mee!

voorzichtig! / schuif een eindje op / ik kom zacht naast je lopen / wij zijn tezamen nu op weg / mijn hart gaat voor je open

ik volg je op je laatste reis / maar jij moet verder gaan / ik kan tot hier en verder niet / ik moet je laten staan

kijk nog een keertje achterom, / ik wil echt dat je weet, / dat ik, wat jij hebt doorgemaakt, / nooit, nimmer meer vergeet

(De bundel Vijfendertig tranen van Ida Vos was tot voor kort te koop via de site van kamp Westerbork. Andere boeken van Ida Vos zijn via de voornoemde site nog te koop)