Onder de naald: Leave My Girl Alone

18 april 2018

‘Go and get Buddy.’ Muddy’s woorden klinken pertinent. Vragende blikken. Muddy Waters heeft in 1963 een tweede gitarist nodig voor zijn album The Folk Singer. Een gitarist die oude countryblues kan spelen, want met folk heeft dit album geen ene sikkepit te maken. Er wordt door de broers en labeleigenaren Chess alsook door Muddy gepoogd mee te surfen op de lucratieve golf van de folk van de vroege jaren zestig. ‘Go and get Buddy.’ Omstanders weten dat hij Buddy Guy bedoelt. Op dat moment amper 27 jaar. Er wordt getwijfeld maar Muddy weet beter. Willie Dixon, bassist tijdens deze sessies, trouwens ook. Eind jaren vijftig heeft hij een jonge Guy bij het Cobra label al onder zijn vleugels gehad. Maar Buddy Guy maakt vooral furore als hij door het Chess-label wordt ingelijfd. En dat uitzonderlijke talent wordt herkend door Muddy. Hij twijfelt niet. Hij kiest Buddy Guy.

Mooi zijn de foto’s van die opnamen. De gelouterde Waters en Dixon naast Buddy op wiens hoofd zweetdruppels parelen. Zijn ogen gesloten. Maar hoe goed dit album ook is, het liefste hoor ik Buddy Guy als hijzelf de dienst uitmaakt. Zijn Chess-opnamen in de jaren zestig zijn van een ongelooflijk hoog niveau. Hoewel hij daarover zelf niet helemaal tevreden is. Zijn gitaar wil hij vervormd laten klinken. Zoals Jimi Hendrix dat jaren later zal doen. De broers Chess luisteren niet. Geven hem weinig respect en al helemaal niet zijn zin. Spreken hem niet aan bij zijn voornaam. Motherfucker, zo noemen ze hem. Maar al mag hij niet helemaal tevreden zijn, hij komt in dat decennium met een hele trits aan prachtopnamen op de proppen waaronder mijn favoriet uit 1965: Leave My Girl Alone.

Nergens klinkt hij zo link als op Leave My Girl Alone. Als een krijsende en sissende kater met zijn rug gebold tot de allerhoogste stand bakent hij zijn territorium af. Ziedend blazend naar de belager die, naar zijn mening, teveel oog heeft voor zijn vriendin. De opbouw is prachtig. De zang fenomenaal. Emotioneel vraagt hij alles van zichzelf. Trekt een wissel op zijn stembanden. Hij geeft geen krimp. Het lied wordt in 1991 opnieuw onder de aandacht gebracht als niemand minder dan Stevie Ray Vaughan het opneemt voor zijn album In Step.

Buddy Guy vergaat het na de jaren zestig niet slecht. In 1991 openen de poorten van succes zich zelfs dusdanig dat Guy er een heel dik belegde boterham aan overhoudt. Met Damn Right I’ve Got The Blues breekt hij volledig door en gaat hij de jaren van erkenning tegemoet die veel van zijn tijdgenoten niet of slechts na hun dood ten deel zijn gevallen. Hij weet dat succes tot op de dag van vandaag te handhaven. Hoewel dat, gelet op zijn leeftijd (hij wordt in juli 82), uiteraard steeds moeilijker wordt.

In de tussentijd heeft Muddy Waters andere bezigheden. Waar hij zich schuilhoudt? Ik weet het niet. Misschien zweept hij met zijn slidegitaar engelen op tot pure extase of behaagt hij Lucifer met zijn duivelse bluesmuziek in de krochten van de hel. Hoe dan ook, het ‘Go and get Buddy’ heeft daar nog niet geklonken. Hij is hier. Onder de levenden. Nog steeds.

Long may you run, Buddy, long may you run.