Op het tweede gehoor: De troubadour als ideale man

23 oktober 2019

Het is vast geen toeval dat de Amerikaanse singer-songwriters eind jaren 60 aan de Amerikaanse westkust hun carrière begonnen in nachtclub The Troubadour. Het archetype van de middeleeuwse dichter-zanger zat de zingende liedjesschrijver blijkbaar als gegoten.

Tijdens mijn studie Nederlands in de jaren tachtig leerde ik de oorspronkelijke troubadour kennen. Hij was een dichter-zanger aan Zuid-Franse hoven die zong over liefde of over maatschappelijke onderwerpen, zichzelf daarbij begeleidend op luit, harp of draagbaar pijporgeltje. Afgezien van de adellijke setting en de elektrische versterking springen de overeenkomsten met de singer-songwriters van de sixties meteen in het oog.

Er is nog een belangrijke overeenkomst: de middeleeuwse singer-songwriters vertegenwoordigden met hun liederen over de hoofse liefde een nieuwe levenshouding, een nieuw mannelijkheidsideaal, dat zich in de elfde en twaalfde eeuw geleidelijk over de hele hofsamenleving verspreidde. In de hoofse minne ‘neemt’ de man de vrouw niet zomaar, hij onderwerpt zich juist aan haar, hij ontwikkelt en cultiveert zijn verliefdheid, tot in het absurde toe: de liefde is bij voorkeur onvervuld, de geliefde onbereikbaar.

Vanaf daar kunnen we een directe lijn trekken naar de sixties. Ook in die tijd is er van alles aan het verschuiven in de verhouding tussen de seksen. Vrouwelijke artiesten zoals Joni Mitchell, Carole King, Janis Ian, Laura Nyro getuigden in hun werk nadrukkelijk van die ontwikkeling. En onder de mannen? De nieuwe man van die tijd werd door niemand beter vertegenwoordigd dan door de gevoelige singer-songwriters, met hun zelftwijfel en melancholie. James Taylor (Something In The Way She Moves), Neil Young (Cowgirl In The Sand), Crosby, Stills & Nash (Suite: Judy Blue Eyes, Guinnevere) – hun liedjes zijn hoofser dan hoofs.

Sinds de sixties trok er een eindeloze stroom Ideale Mannen aan ons voorbij. Steeds weer andere. Na de fijnbesnaarde ridder-troubadour kwam de oerman, de metroman, de ruwe bolster blanke pit, de nerd en nog veel meer. Bij elk ervan kunnen we wel een exemplarische popartiest aanwijzen. Maar ondertussen lijkt de aantrekkingskracht van de rondtrekkende zanger-gitarist nog onverminderd te zijn. Want welke artiest vinden we al tijden in de hoogste regionen van de streaminglijsten van Spotify? Geen uitbundige stoere act, maar een bescheiden soloartiest met vlassig baardje en gevoelige liedjes: Ed Sheeran. De troubadour is nog steeds de ideale man.

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.