Op het tweede gehoor: foute artiesten in je platenkast

13 februari 2019

Hun portretten hingen in je puberkamer aan de wand, hun albums stonden in je kast. Je bewonderde ze, zette ze op een voetstuk en nam dat geïdealiseerde beeld met je mee op je reis door het leven. En als dan op een gegeven moment uitkomt dat je popheld een mens is met ronduit nare eigenschappen, dan kan dat hard aankomen.

Verschillende artiesten kwamen in de loop der tijd in opspraak: Phil Spector (machtswellust, moord), U2 (belastingontwijking), James Brown, Ike Turner, John Lennon, R. Kelly, (seksueel en huiselijk geweld), Boef (vrouwonvriendelijke uitspraken) en Dotan (trollen). En nu dan Michael Jackson. Allemaal mannen trouwens, ik ken geen enkel gelijksoortig verhaal over een vrouwelijke artiest.

Wat doet zoiets met je waardering voor de muziek van die gevallen helden? Kun je er nog met een goed gevoel naar luisteren of knaagt er toch steeds iets? Journaliste Esma Linnemann gaf een tijd geleden in de Volkskrant een inkijkje in haar worsteling met dit vraagstuk.

Linneman richt haar pijlen niet op individuele artiesten en hun songteksten, maar op het systeem waarvan ze deel uitmaken: de muziekindustrie, een branche met grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar er is ook een andere reden waarom ze weigert de ‘foute mannen’ uit haar muziekbeleving te verbannen: geniale muziek overstemt nu eenmaal alles.

En daarmee pakt Linneman volgens mij het probleem bij de strot. Want als je de artiest verwerpt, verlies je ook zijn muziek. Dat doet pijn. Een mogelijke oplossing is: zorg dat je zo min mogelijk van je pophelden afweet. Maar elke fan weet hoe tegennatuurlijk dat is, en het is ook een beetje laf. Trouwens, aan sommige feiten kun je in het huidige medialandschap helemaal niet ontkomen.

Maar waar trek je vervolgens de grens? Wat vergeef je een artiest en wat niet? Zelfdestructie (Amy Winehouse, Keith Richards, Brian Wilson) kan wat mij betreft nog door de beugel, daar doe je verder niemand kwaad mee (als je de schade aan hun omgeving even negeert). En dingen als diefstal, vandalisme en ontrouw zijn toch wel te vergeven (het zijn tenslotte rocksterren). Bovendien: een grote artiest heeft wel iets meer vrijheid dan een mindere, toch?

Het is duidelijk, er is flink wat gedraai nodig om dit popliefhebbersdilemma op te lossen. En misschien komt dat mede doordat ik me medeplichtig voel. Wanneer de artiest als mens van zijn sokkel tuimelt, komt dat toch deels doordat ik – samen met andere fans, ik was het heus niet alleen, hoor - hem op dat torenhoge voetstuk heb gehesen, met alle ellende van dien.

Mijn uiteindelijke oplossing voor dit soort gevallen is een soort boedelscheiding. Die liedjes zijn namelijk niet alleen van de artiest, ze zijn net zo goed van mij. En als er zo’n schandaal losbarst, dan vervallen zijn aanspraken op de muziek - die is voortaan gewoon van mij. Het is misschien geen fraaie oplossing, het komt misschien wat kil over, maar zo’n clean break werkt wel. Herkenbaar?

Chis Bernasco kijkt hier eens per maand met een bijzondere blik naar popmuziek.