Op het tweede gehoor: Zing het dan

5 februari 2020

Voor de fascinerende tv-serie Langs de oevers van de Yangtze van een paar jaar geleden reisde documentairemaker en fotograaf Ruben Terlou door de voor ons vreemde wereld van het huidige China. In een van de afleveringen, herinner ik me, ontmoet Terlou een Chinees echtpaar van middelbare leeftijd dat van huis en haard is verdreven door de aanleg van de immense Drieklovendam. Hun huidige woning steekt schraal af tegen hun oude, maar de man en vrouw beklemtonen meermalen dat ze niet ontevreden zijn over de compensatie die ze van de overheid hebben gekregen. Pas aan het eind van het gesprek, in één van de pijnlijkste scènes die ik ooit op tv heb gezien, laat de vrouw alle opgekropte woede de vrije loop in een lange, a capella gezongen aanklacht.

De liedvorm lijkt voor deze Chinese het enig overgebleven kanaal voor de emoties en gedachten die ze niet in gewone spreektaal kan uiten. Ook in het voormalige Oostblok vormde de kunst – literatuur, strips, muziek, theater, beeldende kunst – een exclusief domein voor dingen die ongezegd moesten blijven maar er toch uit moesten. Ik vroeg me af of zoiets niet ook zou gelden voor onze muziek, voor de popliedjes waar we dagelijks naar luisteren. Het gaat daarbij dan vast niet zozeer over politiek, maar misschien wel over dingen waarvan we het verboden karakter zelf niet volledig beseffen.

Nou gaan popliedjes meestal over liefde, over de gevoelens van onzekerheid, onmacht, verrukking en kwetsbaarheid die daarmee gepaard gaan. Denk aan liefdesverklaringen als Make You Feel My Love (Adele) en God Only Knows (The Beach Boys). Aan het peilloze liefdesverdriet van Nothing Compares 2U (Sinead O’Connor) en de jaloezie van I Heard It Through The Grapevine (Marvin Gaye). Aan de overgave van Layla (Eric Clapton) en Save Me (Aretha Franklin). Zou het kunnen dat de emoties van de liefde voor ons een taboe zijn?

Op het eerste gezicht misschien een gek idee, maar probeer het eens: spreek de teksten van bovengenoemde liedjes eens hardop uit op de bank tegen je partner, in de kroeg tegen vrienden, op een verjaardagsfeestje of in de lunchpauze tegen je collega’s en kijk wat er gebeurt. Er volgt weliswaar geen gevangenisstraf, maar kijk niet gek op als ongemak, onbegrip of sociale uitsluiting je ten deel vallen.

In het dagelijks leven in onze ‘vrije’ wereld moet er dus wel degelijk een ongeschreven verbod zijn op het uitspreken van grote oprechte woorden over liefde en kwetsbaarheid. Maar in de popmuziek zijn ze juist meer dan welkom. We hebben die liedjes gewoon hard nodig om wat in onszelf verborgen ligt toch te uiten – en het door anderen te horen uiten. Net als voor de Chinese in de documentaire over de Drieklovendam geldt voor ons het devies: als je het niet zeggen kan, zing het dan.

Chris Bernasco geeft hier eens in de maand een bijzondere kijk op popmuziek.