Paul Simon, een springlevende legende

1 november 2016

Dode legendes hebben het gemakkelijk. Ze dragen niet meer de last van hun opgebouwde reputatie. Hun graf is enkel een stralenkrans. Het aureool van ouder wordende levende legendes schijnt aanzienlijk doffer. Toch zijn er muzikanten op wie de vergankelijkheid geen vat krijgt. Die zich niet klein laten krijgen door een zinloze strijd tegen de gewetenloze kracht van de tijd. Neem Paul Simon. Vijfenzeventig inmiddels. Een man met een monumentaal oeuvre. Gisteravond in de Amsterdamse Ziggo Dome bleek hij allerminst te hoeven teren op oude glorie. De muziek stond helemaal op zichzelf en overtuigde volledig.

Natuurlijk zit er lichtelijk sleet op zijn stem, maar van zijn bereik moest hij het toch al nooit hebben. Daar had hij vanaf de late jaren vijftig tot en met de jaren zestig zijn kompaan Art Garfunkel voor. Paul Simon schreef nochtans het repertoire en bepaalde de muzikale koers, die hem vooral als soloartiest tot een ware wereldburger maakte. Begeleid door een negenkoppige band, goeddeels bestaand uit multi-instrumentalisten uit diverse continenten, deed hij zich gisteravond andermaal kennen als een muzikale omnivoor.

Ze kwamen stuk voor stuk voorbij, de pieken uit zijn loopbaan. Opmerkelijk genoeg verbleekten de de nummers van het recente Stranger To Stranger geenszins bij toch geheide krakers als You Can Call Me Al, Late In The Evening, The Boy In The Bubble en The Boxer. Gestoken in blauw colbert en dito jeans was de kleine man uit Queens, New York op het podium zeer aanwezig. Niet storend, maar present. Waarbij hij met afwisselend akoestische en elektrische gitaar nog aardig raad wist met de klassieke rockgestiek. Al werd het geen moment een pose, want daarvoor mist hij nu eenmaal de uitstraling en bravoure.

Veel tijd om zijn bandleden te fêteren, iets waar hij ook in financieel opzicht vaker op is gewezen, nam hij niet. Toch kreeg iedere muzikant zijn moment. Hoogtepunt was het nummer Duncan, instrumentaal ingeleid door de Simon & Garfunkel-klassieker El Condor Pasa, terwijl hij zelf midden op het podium in de schaduw stond. In het licht tredend zette hij vervolgens in. Prachtig, met breekbare stem.

Paul Simon heeft in er recente interviews op gezinspeeld dat Stranger To Stranger best eens zijn zwanenzang zou kunnen zijn. Een album maken kost hem immers al gauw een jaar of vier en hij betwijfelt of hem zo lang nog gegund is. De tijd zal het moeten leren, maar gisteravond in de Ziggo Dome leek hij wel onsterfelijk.