Postuum: Ian McLagan

6 december 2014

En weer is zo’n inventieve ondersteuner meegegeven aan de post naar boven. Drie dagen geleden Bobby Keys, eergisteren Ian McLagan, organist van de Small Faces. Hij is overleden aan een beroerte. Ian McLagan was 69. Zijn inventieve en verrassende orgelspel bracht hem na de Small Faces, de Faces en zijn eigen Bump Band in de gelederen van Bob Dylan en Bruce Springsteen. Luister naar Afterglow van de Small Faces en knik: goeie compositie, strakke toetsen. McLagan componeerde het.

Wat wisten we in de jaren zestig van de Small Faces? De drie instrumentalisten vormden de omlijsting van Steve Marriott, het gezicht van de groep. Dat Ian McLagan een aparte was, dat bleek pas later. Zijn geestige riedeltjes op All Or Nothing van de Small Faces vielen me wel op, maar ach, een organist. Pas bij Afterglow spitste ik meteen de oren. Jemig, wat een lekker orgel, vooral in de volledige versie op Ogden’s Nut Gone Flake, die rare ronde elpee – ik bedoel, alle elpees zijn rond, maar hier hadden we de uitklapbare ronde hoes, de verbeelding van een tabaksdoos.

Ian Patrick McLagan zat niet vanaf de start bij de Small Faces. Na hun hit Watcha Gonna Do About It stippelde het management een koers uit die moest leiden naar meer hits. Daar konden ze geen ruzie bij gebruiken en die dreigde nou net wel, tussen de haantjes Steve Marriott en Jimmy Winston. Marriott, zang, gitaar en looks, won het, dus exit Winston en welkom Ian McLagan. Hij staat op de groepsfoto van hun eerste album zonder daar een noot voor te hebben gespeeld. Dat had Winston al gedaan.

En de hits kwamen. De Small Faces, van oorsprong keurige mods, gingen soepel mee met alle trends maar hielden altijd hun herkenbare geluid. All Or Nothing, My Mind’s Eye, de psychedelica van Itchycoo Park, de lulligheid van Lazy Sunday en de uitzinnige zang van Tin Soldier, allemaal hadden ze als stevige ondergrond de orgelpartijtjes van McLagan.

Marriott verliet de groep om Humble Pie op te richten met Peter Frampton. De Faces – Small was weg – haalden apart een gitarist en een zanger binnen: Ron – toen nog Ronnie – Wood en Rod Stewart. Die overvleugelden wel enigszins de anderen, maar McLagan hield zich met gemak staande. Het solosucces van Stewart en het vertrek van Wood naar de Stones betekenden het eind van de Faces. McLagan richtte zijn eigen Bump Band op en maakte ook soloalbums, zoals Here Comes Trouble, een zeer aardige elpee, waarop ook Bobby Keys meespeelt. Net als Keys was McLagan bevriend met Keith Richards, zonder deel te nemen aan alle gelagen.

Ian McLagan verhuisde naar Austin, Texas, trouwde met Kim, de weduwe van The Who’s drummer Keith Moon, genoot van het leven en speelde mee met wie hem wilde hebben in de studio en live. Zijn status en creativiteit brachten hem bij Bruce Springsteen, Bonnie Raitt, Bob Dylan en, recentelijk, Lucinda Williams. De dag na zijn overlijden zou hij op tournee gaan als voorprogramma van Nick Lowe.

Ian Patrick McLagan, 12 mei 1945 - 3 december 2014.