Postuum: J.J. Cale

27 juli 2013

Gisteren is de Amerikaanse gitarist en singer-songwriter J.J. Cale overleden aan een hartaanval. Hij werd 74 jaar oud. Cale verwierf grote reputie met zijn laid-back gitaar- en zangstijl en de hits After Midnight en Cocaïne.

John Cale, hij veranderde zijn voornaam in JJ omdat er al een John Cale was – die van de Velvet Underground –, groeide op in het oliestadje Tulsa in Oklahoma. Zijn eerste muzikale invloed was de rock ’n’ roll van Elvis Presley. Maar Tulsa lag op een muzikaal kruispunt, waar de Texaanse western swing, de Delta blues en de jazz elkaar ontmoetten, die alle zijn terug te horen in Cale’s muziek. Zijn slepende zangstijl, net achter de tel, heeft hij bijvoorbeeld opgepikt van Billie Holiday.

Hij was een toegewijd muzikant, maar niet bijzonder ambitieus. “Het was beter dan werken”, zegt hij in de documentaire To Tulsa And Back. Hij leefde jarenlang in een trailer, ook toen hij succes had, hij wilde zijn leven simpel houden. Hij hield er eigenlijk niet van in de schijnwerper te staan.

Zijn succes had hij in de beginjaren vooral te danken aan Eric Clapton, die zijn After Midnight opnam voordat Cale het zelf uitbracht. Clapton had de demo gekregen Carl Radle, de bassist met wie hij zijn eerste soloalbums opnam. Radle kwam ook uit Tulsa.

Cale’s debuutalbum Naturally uit 1971, met After Midnight en Crazy Mama, was een gigantisch verkoopsucces. De relaxte manier van zingen en zijn puntige gitaarstijl, die later iemand als Mark Knopfler zouden inspireren, spraken wereldwijd aan. Cale genoot van het succes, maar gaf niet toe aan de druk die de muziekindustrie hem wilde opleggen en liet zich niet opjagen. Om de paar jaar kwam hij met een album, waarvan Troubadour uit 1976 met Cocaïne ook een kassucces werd.

J.J. Cale: 5 december 1938 – 26 juli 2013.

Lees op Popstukken een profiel van J.J. Cale uit 1976: Terug naar de veranda.