Postuum: Tommy Ramone

15 juli 2014

In het jaar dat het debuutalbum (uit 1976!) eindelijk de gouden status verwerft, hebben de Ramones met het verscheiden van het vierde oerlid Tommy Ramone zijn bijzondere positie in de muziekscene nog maar eens krachtig onderstreept. Een legendarische band uit de jaren zeventig die een complete stroming aanvoert en waarvan alle oorspronkelijke leden inmiddels zijn overleden, ik kan zo gauw geen ander voorbeeld bedenken.

Dat Tommy Ramone vanaf 2013 een galwegkanker had, een zeldzame ziekte, was slechts bij een enkeling bekend. Jaro-Pekka Laitio, de Finse beheerder van de grootste Ramones-fansite, was een van de vertrouwelingen die wel op de hoogte was. In een laatste mailcontact tussen de twee afgelopen mei, had Tommy gemeld dat het niet goed met hem ging. Hij overleed op 11 juli in New York.

Thomas Erdelyi werd op 29 januari 1949 geboren in Boedapest. Begin jaren vijftig kwam hij met zijn familie naar New York waar hij eerst in Brooklyn woonde en later naar Forest Hills verhuisde, de wijk waar al de latere Ramones wonen plus tourmanager Monte Melnick. Op zijn veertiende speelt hij gitaar in een bandje The Tiger 5. Met schoolgenoot John Cummings, later Johnny Ramone, op bas speelt hij daarna in The Tangerine Puppets. Als Thomas in 1967 klaar is met school, wordt hij geluidstechnicus in Manhattan's Record Plant en werkt hij met Jimi Hendrix aan de opnamen van Band of Gypsys.

In 1974 worden de Ramones geboren. Het is aanvankelijk een project van Thomas die samen met Melnick de Performance Studios bestiert. Het gaat dan nog om een trio dat veelbelovende nummers maakt met John Cummings (gitaar), Douglas Colvin (bas en zang, later Dee Dee) en Jeff Hyman (drums, later Joey). Na één optreden blijkt dat het live niets wordt omdat Douglas niet tegelijk kan bassen en zingen en de lange Jeff telkens van zijn drumkruk valt. Dus moet Jeff zingen, dat kan hij wel. Als na vele audities geen passende drummer tevoorschijn komt, klimt Thomas achter de kit. Hij is dan wel geen drummer, maar weet wat de band nodig heeft. Het werkt. Het repeteren wordt opgevoerd, van twee keer per week tot dagelijks. Ondertussen bedenkt Douglas de naam, de Ramones, en neemt iedereen dezelfde achternaam Ramone aan. Op 16 augustus volgt het podiumdebuut als kwartet, in de roemruchte club CBGB's. Tommy en Johnny  bepalen de koers. De eerste bedenkt de uniforme outfit van leren jack, jeans en sneakers, de tweede de houding op het podium: "Look forward, play forward."

Tommy speelt op de eerste drie studioalbums Ramones, Leave Home en Rocket To Russia, en het live-album It's Alive. Hij produceert ze ook. Omdat hij geen zin meer heeft in touren, draagt hij in 1978 de stokken over aan Marc Bell, vanaf dat moment Marky Ramone. Tommy produceert nog album nummer vier Road To Ruin en verdwijnt naar de achtergrond. Op gezette tijden duikt hij op, bij voorbeeld als producer van Too Though To Die in 1984. Voor het laatste optreden van de Ramones in 1996 wordt hij niet uitgenodigd; wel is hij van de partij bij de introductie in de Rock And Roll Hall Of Fame in 2002. En hij laat bij tijd en wijle zijn gezicht zien tijdens evenementen ter ere van de overleden Joey (2001), Dee Dee (2002) en Johnny (2004). Muzikaal gooit hij het over een andere boeg. Met Claudia Tienan vormt hij het psycho-bluegrass duo Uncle Monk dat in 2006 een gelijknamig album uitbrengt.

Een van de laatste publieke optredens is zijn filmische bijdrage aan het item 'De beste 100 songs over New York City' in 2012. Daartoe behoort ook het Ramones-nummer Rockaway  Beach, waarvan Tommy lachend vaststelt dat het waarschijnlijk het enige zomerse nummer is dat middenin de New Yorkse winter is uitgebracht. Typisch Ramones.

Tommy Ramone 1949-2014