Ramblin' Roots (3): Robert Cray

14 oktober 2014

Een van de publiektrekkers op Ramblin’ Roots is Robert Cray (61), die op zijn jongste album Nothin But Love weer opmerkelijk fel en fris van de lever klinkt. Grijpt de amicale bluesman terug naar het beproefde concept van zijn eerste platen? Marcel Haerkens vroeg het hem voor Heaven magazine (#1 2014).

“Ja, dat krijg ik wel vaker te horen”, reageert hij. “Toegegeven, (Won’t Be) Coming Home is inderdaad geschreven met oudere albums als Strong Persuader en Don’t Be Afraid Of The Dark in het achterhoofd, maar dat geldt echt alleen voor dat ene nummer. Ik heb het een beetje verkeerd ingeschat om ermee te openen, want volgens mij is dit van alle achttien albums die we gemaakt hebben misschien wel het meest gevarieerde. Ik mag dan wel wat dichter bij mijn roots blijven, tegelijkertijd stoei ik meer dan vroeger met andere stijlelementen.”

Waarmee Robert Cray absoluut een punt heeft. Neem de hupserige rock ’n’ roll-pastiche Side Dish, het latin-achtige Worry waarin Carlos Santana doorklinkt, of het jazzy aangezette I’ll Always Remember You – ze wijken nogal af van zijn gepatenteerde combinatie van onverversneden grotestadsblues en southern soul.

Nothin But Love is opgenomen onder supervisie van sterproducer Kevin Shirley, die werkte met zwaargewichten als Aerosmith, The Black Crowes en Iron Maiden. “Ik was erg gecharmeerd door zijn sound op de laatste albums van Joe Bonamassa”, aldus Cray. Niet dat er nu gelijk een dubbelsteense gitaarmuur wordt opgetrokken, maar net als bij de recente platen van John Hiatt zorgt Shirley voor een voller geluid, terwijl hij de soepele soulstem en het scherpe gitaarspel licht rafelig laat klinken – precies eigenlijk zoals de bluesman uit Georgia klonk toen hij in 1984 met False Accusations een brug naar het poppubliek sloeg.

“We zagen de toekomst van de blues en zijn naam is Robert Cray”, zo parafraseerde Oor destijds de befaamde woorden van Jon Landau over Bruce Springsteen. Natuurlijk zat daar een kern van waarheid in, al was het achteraf bezien net zo goed overdreven. “Dat soort kretologie heb ik nooit serieus genomen”, beweert Cray. “Je moet voor jezelf weten wat je waard bent. Populariteit komt in golven. Dankzij het succes van The Fabulous Thunderbirds, Stevie Ray Vaughan en George Thorogood kregen radiostations weer aandacht voor het genre kregen en begonnen platenmaatschappijen meer bluesacts te contracteren. Er waren in die tijd niet zoveel jonge zwarte bluesmannen, vandaar dat ik er vanzelf uitsprong.”

Liefdesperikelen staan centraal in blues en soul, maar Cray kaart wel degelijk ook maatschappelijke en politieke onderwerpen aan. “Ik maak me vaak genoeg druk om allerlei misstanden, alleen hoef ik daar niet mee te koop te lopen. Alleen als iets me echt diep raakt, laat ik dat luid en duidelijk weten.” Zo ageert halverwege de jaren nul ageert ongemeen fel tegen de Amerikaanse invasie in Irak middels het epische titelnummer van Twenty, terwijl de beelden van een grasveld vol rijen soldatenkistjes in de bijbehorende videoclip niet minder voor zich spreken.

Gewezen rokkenjager of niet, Cray zal over de liefde wel nooit uitgezongen raken. “Daar ben ik me terdege bewust van – en mijn vrouw trouwens ook”, zegt hij gniffelend. “De teksten zijn in zoverre autobiografisch dat ik tot op de dag van vandaag nog flink kan putten uit mijn verleden.” Om er met een vette knipoog aan toe te voegen: “Maar laat haar dat in hemelsnaam niet horen.”

Ramblin’ Roots vindt plaats op 18 oktober vanaf 16.00 uur in diverse zalen van het nieuwe TivoliVredenburg in Utrecht. Met Lee Fields & The Expressions, Greg Trooper, Thomas Dybdahl, Gemma Ray, Eric Sardinas, Otis Gibbs, Blue Grass Boogiemen, Reverse Cowgirls en nog vele anderen. Op verschillende plekken kunt u eten en drinken. Ook zijn er albums te koop. Kaarten kosten 37,50 euro. Voor meer informatie en kaartverkoop zie www.ramblinroots.nl.

Het gehele interview met Robert Cray is gepubliceerd in Heaven magazine januari 2014.