Reggae: immaterieel werelderfgoed

19 december 2018

Loodrecht licht van vlamloos vuur valt op ons. Wij fietsen deze zomer in grote hitte van Joure naar Terherne. Een flauwe bocht naar links en daar is de boerderij. Op de oprit ontwaren we een aantal kratten op tafels. ‘Dorcas’ staat er op een papier geschreven: koop deze boeken en van de opbrengst doen wij iets goeds, ver over de landsgrenzen. We stoppen. We zien, tussen de boeken en cd’s mooie titels zoals Aimee Mann’s Bachelor No. 2 or, The Last Remains Of The Dodo en Mer De Noms van A Perfect Circle. De krassen verhinderen aanschaf.

Dan valt het oog op de cd Blood And Fire 1971-1972 van Niney and Friends. Trojan, 1997. Krasloos. Dagenlang weerklinkt daarna de reggae in ons vakantiehuisje: Niney, natuurlijk, maar ook Tommy McCook, Max Romeo, The Heptones, Delroy Wilson en Dennis Alcapone.

Maanden later zijn we in Rotterdam. De winkel van Willem loopt op zijn laatste benen. Na 38 jaar. Met enige schroom stappen we Hitsound Records binnen. Verlangen en verlies. Eigenlijk weten we al wat we zeker meenemen als het er nog is: This Is Reggae Music – The Golden Era 1960-1975. Ook Trojan. Nu 2004. Het is er. Een fraai, vier cd’s tellend boekwerk.

Kort geleden werd reggae toegevoegd aan de Unesco-lijst voor immaterieel werelderfgoed. Wij begrijpen dat wel. Onweerstaanbaar in taal (Oh yeah what a la la bam bam bam) en gebaar. Slepend intrigerend stelt het zo vaak onrechtvaardigheid aan de kaak terwijl het tegelijkertijd in slaap wiegt. Reggae heeft dus een sociale functie ´(…) as a vehicle for social commentary, a cathartic practice, and a means of praising God´. Aldus de Unesco. 

Judgement has come and mercy has gone. Ooh, weak hearts shall lick up and spit up.

Let it burn, let it burn. Let it burn, burn burn.