Return to sender

20 maart 2012

Geloof het of niet, maar de onvermijdelijke Nico Dijkshoorn publiceerde begin deze eeuw enkele columns in de Heaven. Voor de gelegenheid heb ik die stukjes eens herlezen en ze blijken qua toon, stijl en invalshoek amper te verschillen van wat hij tegenwoordig voor de Oor schrijft. Die gelegenheid was overigens de Boekenweek, waarvoor hij in opdracht van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek het jaarlijkse essay voor zijn rekening had mogen nemen.

Voor tweeëneenhalve euro kan men onmogelijk een kat in de zak kopen en bovendien was ik best wel nieuwsgierig naar Verder alles goed, want Dijkshoorn had zijn essay in een nogal ongebruikelijke vorm gegoten: brieven en ansichtkaarten. Wat een diepgravend referaat over het thema ‘Vriendschap en andere ongemakken’ natuurlijk niet bij voorbaat hoefde uit te sluiten, al maakte dat de vorm er niet minder obsoleet om: wie communiceert er vandaag de dag immers nog per post? En al lezende vroeg ik me in gemoede af hoeveel mensen er ooit vanuit het buitenland naar hun slager zouden hebben geschreven?

De tweede brief in Verder alles goed is gericht aan Henk Westbroek van Het Goede Doel, waarin Dijkshoorn de tekst van de Nederpopklassieker Vriendschap ontleedt. Na het citeren van het couplet over een gewezen vriendin schrijft onze exegeet: “Tja. Beetje the story van uw life, hè? U staat erbij en kijkt ernaar. Het moet allemaal groots en meeslepend zijn maar ondertussen stond u met een koortslip te janken als u tegen uw zin had staan zoenen. U zegt letterlijk: ‘En als ik begon te janken, kwam ze naast me staan.’ En dat vindt u dan een vriendschap waarvan er geen mooiere bestaat. Ik weet er nog wel een. Als ik begon te janken, dan gaf ze me een ongenadige trap onder mijn hol. Dat meisje vergat niet spontaan uw naam. Ze vergat hem expres.”

Ziehier het niveau van Verder alles goed. De CPNB geeft opdracht voor een essay en krijgt – ja, wat eigenlijk? Wat een arrogantie om zulke meuk überhaupt in te leveren. En wat een lafbekkerij trouwens om zoiets niet te weigeren. En dan te bedenken dat diezelfde stichting het meesterwerkje De vierde man van Gerard Reve ooit afkeurde als Boekenweekgeschenk. Voor het eerst in mijn leven heb ik gedaan wat ik dacht nooit te zullen doen: ik heb een boek met het oud papier meegegeven.