Rockumentaire over Oasis

12 oktober 2016

Oasis was een legendarische band. En over legendarische bands worden documentaires gemaakt. Dus is er nu Oasis: Supersonic: eentje die het zelfs tot een bioscooproulement heeft gebracht. De belangrijkste rollen in deze rockumentary van Britse makelij zijn weggelegd voor de broers Liam en Noel Gallager die tevens fungeerden als executive producers (lees: geldschieters). Daarnaast was het team achter Amy, de gelauwerde documentaire over Amy Winehouse, en die over Formule 1-coureur Ayrton Senna betrokken bij de totstandkoming. De regie liet men over aan Mat Whitecross, eerder verantwoordelijk voor onder meer een biopic over punklegende Ian Dury en diverse videoclips voor Coldplay. Bovendien is hij een zelfverklaard fan van de band uit Manchester. Dat is te merken.

Oasis: Supersonic, een verwijzing naar de debuutsingle, is geen film die nieuw licht werpt op wat misschien wel hét boegbeeld was van de Britpop, de opleving van de bandjesscene in het Verenigd Koninkrijk van de jaren negentig. Nee, de documentaire wil vooral laten zien waarom Oasis, om de hoofdrolspelers te citeren, ‘the fuckin’ greatest band in the world’ was. En dat aan de hand van foto’s, tv-beelden, clips en onder meer door fans gemaakte amateurvideo’s.  Ze vertellen ruwweg het verhaal van de start van de band in de oefenruimte tot en met de twee openluchtconcerten in het Engelse Knebworth Park, waarbij zomer 1996 zo’n 250.000 bezoekers aanwezig waren en waarvoor de vraag naar kaarten naar verluidt tien keer zo groot was.

In de documentaire zit beslist uniek materiaal, zoals schattige jeugdfoto’s van Noel en zijn vijf jaar jongere broertje of beelden van het optreden in Glasgow waar Alan McGee, baas van Creation Records, de band spontaan een platencontract bood en de rest geschiedenis zou worden. Helaas behandelt de film die geschiedenis dus beperkt. Na Knebworth trad bij Oasis langzamerhand het verval in, zowel commercieel als artistiek. Ontwikkelingen rond en in de band zoals het vertrek van leden van het eerste uur, de gestage overname van Creation Records door Sony Music en natuurlijk de eeuwige vetes tussen de gebroeders Gallagher leidden tot de onvermijdelijke split in 2009. Het volgen van dat proces had de film een meerwaarde kunnen geven.

Ook het ontbreken van een maatschappelijke context – opkomst in het Verenigd Koninkrijk van New Labour met Tony Blair – waarin het fenomeen Oasis en de onlosmakelijk met hen verbonden Britpopgolf geplaatst zouden kunnen worden, maakt de documentaire, zeker voor niet al te fanatiek geïnteresseerden, er niet boeiender op. Sterker nog: het voortdurende ophemelen van de eigen prestaties door de niet zo welbespraakte Gallaghers zorgt ervoor dat het kijken naar de documentaire, ook al vanwege de lengte, een tamelijk slaapverwekkende gebeurtenis wordt. Oasis: Supersonic is dan ook een film die een van de gezichtsbepalende rockbands van de jaren negentig absoluut geen recht doet.

‘Oasis: Supersonic’ draait nu in de Nederlandse bioscopen.