Rootsmuziek in alle smaken en kleuren op het Deense Tønderfestival (1)

24 augustus 2018

Het Deense Tønder behoort al jaren tot de belangrijkste roots- en americanafestivals in Europa. De vierdaagse ontspint zich op vier grote en drie kleinere podia en programmadirecteur Maria Theessink – dochter van de Nederlandse bluesmuzikant Hans Theessink – heeft zowel oog voor gevestigde namen als voor jong, nog te ontginnen talent. Jaar na jaar lokt ze dus een publiek dat zich graag laat verrassen.

Als we Tønder, genoemd naar het stadje vlakbij de Duitse grens waar het festival plaats vindt, in één woord zouden moeten omschrijven, dan gingen we ongetwijfeld voor laidback. De organisatie verloopt vlekkeloos, de concerten beginnen stipt op tijd en van overspannen security of lallende bezoekers is nergens sprake. Misschien ligt het aan het soort muziek dat er de hoofdmoot vormt en ook veel bezadigde vijftigers en zestigers aantrekt. De toeschouwers komen duidelijk niet naar Tønder om eens een weekendje los te gaan. Alles staat er in het teken van de muziek.

Wellicht had u het niet in de gaten, maar ook in Denemarken hebben ze hun eigen Eric Clapton. Zijn naam is Mike Andersen en de man heeft al zeven langspelers op zijn naam staan, waarvan de recentste, Devil is Back, werd ingeblikt in Nashville, met Joss Stone en de Muscle Shoals Horns in opgemerkte gastrollen. Anderson, een expressieve gitarist die zich gelukkig nooit tot gratuite kijk-mama-zonder-handen-trucjes laat verleiden, heeft een zacht gekartelde stem en beschikt over looks die de hormonenhuishouding van de dames in het publiek flink door elkaar weten te schudden. Samen met zijn band presenteerde hij op Tønder een aanstekelijke set, waarin southern soul, funk, blues en zelfs gospel zonder schroom onder één hoedje speelden. Soms klonk de muziek ons een tikje te gepolijst in de oren, maar wie songs van het type Over You en City Of Sin in de aanbieding heeft, mag op ónze oren altijd aanspraak maken.

Terwijl op de main stage The Mavericks met classics als Blue Bayou en Harvest Moon de sentimenteelste harten masseerden, kozen wij voor het Pumpehuset, een klein intiem zaaltje, waar Jeffrey Foucault zijn onlangs verschenen plaat Blood Brothers in een lekker informele huiskamersfeer boven de doopvont kwam houden. De 42-jarige singer-songwriter uit Wisconsin liet zijn afwisselend introspectieve en verhalende liedjes bijkleuren door prima muzikanten zoals pedalsteelgitarist Eric Heywood (bekend van zijn werk met Son Volt en Ray Lamontage) en drummer Billy Conway (ex-Morphine). Maar hij had ook zangeres Molly Dean en violiste Barbara Jean van het duo Dusty Heart in zijn groep geïntegreerd en verzekerde zich zo van pakkende meerstemmige harmonieën. 

Foucault wisselde nieuwe, stapvoets tussen folk, country en blues laverende nummers als Dishes, Blown en Little Warble af met hoogtepunten uit het in 2015 verschenen Salt As Wolves, zoals de afgekloven shuffle Slow Talker of het met soepele fingerpicking versierde Hurricane Lamp. Op tekstueel vlak is Jeffrey Foucault beïnvloed door de dichter Wallace Stevens. Hij schrijft over de vergankelijkheid der dingen, underdogs die hun leed in stilte dragen en liefde die meer pijn dan euforie veroorzaakt. Iedere gespeelde song was als de sequentie van een film en getuigde van warmte, diepgang en soul. Geen wonder dat Foucault dit jaar tijdens Tønder op drie verschillende podia zijn ding mag doen.

Dient country per se uit Nashville te komen om geloofwaardig te zijn? Neen, zo bewees Colter Wall, een jonge snaak met een oude ziel, die opgroeide in de Canadese prairie van Saskatchewan en op zijn 23ste, dank zij platen als Imaginary Appalachia en zijn titelloze langspeeldebuut, al als de troonopvolger van Johnny Cash wordt beschouwd. Wall maakt rauwe, minimalistische plattelandsmuziek, die verwijst naar lang vervlogen tijden. De personages uit zijn songs zijn schietgrage cowboys, herrieschoppers met een kort lontje of outlaws die er een intiemere band met hun paard op na houden, dan met hun vrouw. Tijdens zijn set bewees Colter Wall regelmatig eer aan zijn muzikale helden, onder wie Ramblin’ Jack Elliott (met de treinsong Railroad Bill), Billy Joe Shaver (I Been To Georgia On A Fast Train), Arlo Guthrie (Motorcycle) en Townes Van Zandt (het broeierige Snake Mountain Blues).

Na een kwartiertje kreeg Wall het gezelschap van een akoestische band, zodat zijn verweerde vocale frasen nu werden gestut door countrywalsjes, of gemarineerd werden in opzwepende bluegrass en Western swing. Wall schrijft doorgaans in de traditie van zijn grote voorgangers, waardoor het niet altijd makkelijk is zijn eigen werk te onderscheiden van zijn covers of traditionals, maar de beklemmende murder ballad Kate McCannon groeide wél uit tot een onmiskenbaar hoogtepunt. De gloednieuwe nummers (Wild Dogs, het rustieke John Beyers) beloofden dan weer het beste voor Colter Walls nieuwe album Songs Of The Plain, dat op 12 oktober wordt vrijgegeven.

Ook Sam Outlaw heeft meer affiniteit met weidse landschappen dan met de grootstad. Zelf omschrijft hij zijn werk als ‘SoCal country’, een verwijzing naar zijn Zuid-Californische wortels. Op zijn debuutplaat Angelino werd hij een handje geholpen door Ry en Joachim Cooder, maar ondanks zijn rebels klinkende achternaam is Outlaw een nette jongen die braaf binnen de lijntjes kleurt. Net als, pakweg, James Taylor of Ryan Adams ten tijde van Easy Tiger, bedenkt de troubadour-met-de -Stetson-hoed niettemin best eerbare liedjes. 

Geen kwaad woord dus over It Might Kill Me of het geestige She’s Playing Heart To Get (Rid Of). Maar soms stuurde Sam Outlaw nogal uitdrukkelijk richting middle of the road en koketteerde hij vaker met de Eagles dan onze lijfarts wenselijk vond. In het potige Bottomless Mimosa verwees hij bijvoorbeeld naar Peaceful Easy Feeling en wat later hoorden we Don Henleys Boys Of Summer voorbijkomen. De zanger had meer van een ideale schoonzoon dan van een echte outlaw, maar zijn vakmanschap was onmiskenbaar. Zijn aanwezigheid op het festival suggereerde vooral dat je americana op veel verschillende manieren kunt definiëren. Waar is dat woordenboek als je het nodig hebt?

Tønderfestival is van 23 tot en met 26 augustus in het gelijknamige Deense stadje.