Rootsmuziek in alle smaken en kleuren op het Deense Tønderfestival (2)

25 augustus 2018

‘Handmade music’, vermeldt het logo trots. En inderdaad: tijdens het Deense Tønderfestival staat uitsluitend rootsmuziek op het programma, gemaakt met behulp van echte instrumenten. Geen voorgeprogrammeerde of computergestuurde toestanden hier, maar uitsluitend concerten waarbij traditie, artistieke integriteit en ambacht centraal staan.

De tweede festivaldag werd vakkundig op gang getrokken door The Dead South, een kwartet uit Saskatchewan dat een brug slaat tussen folk en bluegrass. Ouderwets? Ja, maar allerminst oubollig, want met behulp van een gitaar, banjo, mandoline en cello wisten de Canadezen net zoveel energie op te wekken als een uit de kluiten gewassen punkband. Bovendien manifesteerden de dame en drie heren van The Dead South zich als meesterlijke vertellers met een uitgesproken voorliefde voor het macabere. 

In de songs uit hun jongste album Illusion And Doubt wordt behoorlijk wat bedrogen, gedronken en gemoord, maar zangers Nate Hilts en Scott Pringle zijn, zo te horen, Tarantino-adepten: in hun verbeeldingswereld verhouden de begrippen ‘tongue’ en ‘cheek’ zich tot elkaar als Kuifje en Bobbie. Op het podium werden nummers als Massacre Of El Kuroke en Black Lung voorzien van een opzwepende country twang die menige toeschouwer in de verleiding bracht ál zijn armen en benen uit te slaan. Na zoveel frivool vertoon paste slechts één conclusie: The Death South is springlevend.

Oorspronkelijk ook uit Canada, maar tegenwoordig opererend vanuit Nieuw-Zeeland, is zangeres Tami Neilson, een dame die stamt uit een gerenommeerde muzikantenfamilie en van vingerknippende soul en rhythm & blues haar core business heeft gemaakt. Op Tønder hoorden we een stem als een klok, die ons beurtelings deed denken aan Sharon Jones, Dana Gillespie, Amy Winehouse en Peggy Lee. Tegelijk strooide haar groep snuifjes country en fifties rockabilly in het rond. Neen, retro was in Neilsons vocabulaire niet bepaald een scheldwoord.

Dat de zangeres ooit één van haar platen Dynamite! had genoemd, was geen toeval. Ze had een even pittige als extraverte podiumpresence en nummers als Bananas of A Woman’s Pain vertoonden een uitgesproken feministische invalshoek. Tami Neilson kwam nu eens krachtig, dan weer gesofisticeerd uit de hoek, maar wanneer ze zich, als een jonge Shirley Bassey, vastbeet in een dramatische torch song, gleed ze wel eens af richting kitsch. Die roze glitterjurk had ze echt niet zomaar aangetrokken.

Liefhebbers van gouden stemmen kwamen uitgebreid aan hun trekken tijdens het optreden van The Secret Sisters, die zich, als we hun fraaie tweestemmige harmonieën in aanmerking mochten nemen, net zo goed The Everly Sisters hadden kunnen noemen. Laura en Lydia Rogers kozen voor een sobere aanpak: een akoestische gitaar vormde de enige begeleiding voor hun door heimwee, bedrog en hartzeer ingegeven countryliedjes. Maar de zussen beschikten ook over humor. ‘We zingen over romantische relaties waar iets mis mee is, omdat het een thema is dat door de meeste songwriters wordt verwaarloosd’, grapte Laura, niet gespeend van enige zelfspot. 

Haar liefdesleven omschreef ze als een slagveld, maar het goede nieuws was wél dat ze er een hoop pakkende songs aan had overgehouden. Bad Habit, He’s Fine en You Don’t Own Me Anymore waren er slechts enkele van. Wie, zoal The Secret Sisters, is opgegroeid in de ‘Bible Belt’ ontsnapt, getuige River Jordan, niet aan religieuze hymnen. King Cotton was dan weer een poging van de dames om Sweet Home Alabama, als het officieuze volkslied van hun thuisstaat, van de troon te stoten. De zussen eindigden hun set onversterkt en a capella, te midden van de Bolerotent, waar ze uitsluitend werden ondersteund door vingerknippende toeschouwers. Dat ze het Tønderpubliek moeiteloos in hun zak staken, is een understatement. Voor de Denen zijn The Secret Sisters voortaan geen goed bewaard geheim meer, zoveel is wel zeker.

Wie op zoek was naar muzikale vernieuwing, was bij JD McPherson aan het verkeerde adres. De zanger-gitarist uit Oklahoma speelde een kruidige mix van rockabilly, garagerock en rhythm ’n’ blues, die nauwer aanleunde bij 1958 dan bij 2018. Voor de fans, die samentroepten voor het podium, was dat echter geen reden tot mopperen. Naar de geestdriftige reacties te oordelen, hadden de songs van het vorig jaar verschenen Undivided Heart & Soul zich als weerhaakjes in het collectieve geheugen geboord. Dampend krachtvoer als On the Lips, Bossy en het als potige boogie vermomde Mother Of Lies werd gulzig verorberd, het publiek danste en zong en McPhersen stond met zoveel achteloos zelfvertrouwen in de schijnwerpers dat je zijn songs over slechte vrouwen en snelle auto’s vanzelf als filosofische traktaten ging beschouwen. Had Aristoteles destijds maar een gitaar gehad.

Fijnbesnaard is een adjectief dat we ook graag van stal halen voor Luke Winslow-King, een 35-jarige, veelzijdige muzikant uit Michigan die klassieke compositie studeerde, maar al zes platen lang alle sluipwegen tussen jazz, blues, funk en southern rock verkent. Zijn expressieve gitaarstijl en snerpende slide-uithalen vloeiden naadloos samen met die van de uit Italië overgewaaide Roberto Luti en contrasteerden hevig met zijn onderkoelde zangpartijen. 

Winslow-King voelde zich blijkbaar het best op zijn gemak bij trage tempo’s, maar naarmate hij zich warm speelde, kwam er meer vaart in de set en herinnerde zijn muziek bijwijlen aan die van het legendarische Little Feat. Op de setlist prijkte, behalve materiaal uit zijn jongste album Blue Mesa, ook ouder werk. Toen de artiest Swing That Thing inzette, werden stoelen en tafels prompt opzij geschoven en veranderde de spiegeltent in een borrelende heksenketel. Luke Winslow-King mag dan een naam zijn die niet meteen op ieders lippen brandt, we zijn er zeker van dat zijn passage op Tønder zijn Europese actieradius gevoelig heeft uitgebreid. Break Down The Walls, klonk het al zijn nieuwe plaat. Missie volbracht, Luke. Ook wij wisten je sloopwerk zeer te appreciëren.

Tønderfestival is van 23 tot en met 26 augustus in het gelijknamige Deense stadje.