Rootsmuziek in alle smaken en kleuren op het Deense Tønderfestival (3)

27 augustus 2018

Tønder, een vier dagen durend festival in Denemarken, reserveert zijn zeven podia al sinds 1974 uitsluitend voor muziek met wortels. Het aanbod varieert er van Keltische folk tot Samigezangen, van Scandinavische Americana tot cajun en zydeco, van Australische aboriginalspop tot gospel en blues en van introverte singer-songwriters tot zwierige bluegrasscombo’s. Kiezen was voor de bezoekers dan ook vaak synoniem met verliezen. 

In de voorbije jaren pakte Tønder uit met grote namen zoals John Prine, Richard Thompson, Rosanne Cash Loudon Wainwright III, Lucinda Williams, Jason Isbell en The Blind Boys of Alabama, maar met het oog op editie 2018 besloten de organisatoren het over een andere boeg te gooien. Maar ook al prijkten dit keer een hoop minder bekende artiesten op de affiche, die gewijzigde strategie werd door het publiek geenszins afgestraft. Tønder hanteert nu eenmaal strenge kwaliteitsnormen en slaagt er telkens weer in de nieuwsgierigheid van de muzikale fijnproever te prikkelen. Wie ontdekkingen wilde doen, kon daartoe terecht op enkele kleinere podia, waar je als toeschouwer neus aan neus stond met de muzikanten. Het nadeel was dat je, om een kleine zaal als het Pumpehuset binnen te raken, minstens een half uur voor de aanvang van het concert in de rij diende te gaan staan. Bij gutsende regen was dat bepaald geen pretje.

De Groenlandse Nive Nielsen moest het dus van een kleine honderdvijftig doorweekte en verkleumde belangstellenden hebben. Gelukkig was de inuit-zangeres uit Nuuk een goedlachse en innemende persoonlijkheid die het publiek met haar tussen Americana en indiefolk zwalkende liedjes moeiteloos wist te charmeren. Nielsen is van vele markten thuis: ze was eerder al als actrice te zien in de film The New World van Terence Malick en vertokt nu de vrouwelijke hoofdrol in de spannende Britse tv-serie The Terror. Op haar debuutplaat Nive Sings! werd ze geassisteerd door John Parish, Howe Gelb van Giant Sand en muzikanten die hun sporen hebben verdiend bij Tom Waits en The Black Keys. 

Op het al even rijk geïnstrumenteerde Feet First uit 2015 evolueerde ze echter naar een aanzienlijk potiger geluid en ook op Tønder, waar ze aantrad met The Deer Children, kregen de elektrische gitaren meer dan ooit vrij spel. Nielsens vijfkoppige band, een bont gezelschap waarin we, naast Amerikanen en Denen, de Vlaamse multi-instrumentalist (en enige constante) Jan de Vroede aantroffen, musiceerde zowel krachtig als subtiel. Nu eens speels, dan weer op het scherp van de snee, maar altijd verbeeldingsrijk en met respect voor de songs. Het hoogtepunt van de set was het gelaagde en deraillerende In My Head, waarin springerige keyboards en naar free-jazz neigend getoeter voor een heerlijk chaotische coda zorgden. De muziek van Nive Nielson klonk naar Tønder-normen behoorlijk potig en de chanteuse zong zelfs enkele nummers in het Groenlands. De aanwezigen gaven haar rockende sound hoe dan ook hoge waarderingscijfers.

Tijdens de eerste festivaldag had de Canadese zanger en slide-gitarist Joey Landreth al zijn bespiegelende solodebuut Whiskey voorgesteld. Ook wij raakten onder de indruk van zijn bedachtzame, kwetsbare songs, waarin de artiest uit Winnipeg worstelde met turbulente relaties, een alcoholverslaving en het gevoel van ontworteling waar wel méér toerende muzikanten last van hebben. De man maakt tegelijk deel uit van The Bros. Landreth, een band die hij in 2013 oprichtte, samen met twee vrienden en zijn bas spelende broer David. 

Tijdens Tønder wisselde het kwartet eigen nummers uit zijn langspeler Let It Die af met covers van Paul McCartney (Let ’em In) en Lyle Lovett (If I Had A Boat). Allemaal voortreffelijk gespeeld, soms met een funky Southern rockinslag en voorzien van dynamische snaarverrichtingen en uitgekiende samenzang. Alleen leunden The Bros. Landreth iets te nadrukkelijk op de seventies Westcoastsound van Jackson Browne (met David Lindley), Lowell George of Bonnie Raitt, waardoor de muziek tweedehands aandeed. Déjà entendu dus. Neen, dan vonden we Joey Landreth solo toch net iets interessanter.

De uit Austin, Texas overgewaaide David Ramirez daarentegen, klonk dwingend vanaf de eerste minuut. Vorig jaar vuurde de singer-songwriter met Mexicaanse roots zijn vierde en beste langspeler af. We’re Not Going Anywhere verwijst expliciet naar het tijdperk van Trump, waarin minderheden en migranten uit andere culturen steevast als misdadigers worden gezien en de angst en frustraties van Joe Average worden geëxploiteerd, ten dienste van een bedenkelijke politieke agenda. 

Ramirez’ thema’s zijn verwant aan die van Bruce Springsteen en tijdens Tønder maakten de artiest en zijn begeleiders duidelijk hoe een economisch braakland met gesloten fabrieken leidt tot drankzucht, isolement en verlies van eigenwaarde. Nummers met aan The War on Drugs verwant gitaarwerk, zoals het elegische Twins (over de nasleep van 9/11), of de pakkende pianoballad Times sneden behoorlijk diep en gaven ons zin weldra ook de back catalogue van David Ramirez eens baan een grondige inspectie te onderwerpen.

Met het programmaonderdeel Folk Spot, dat het clubpodium inpalmde, vroeg Tønder aandacht voor Deense en Noorse traditionele muziek. En ja, de ensembles die we aan het werk zagen gaven blijk van talent en instrumentale behendigheid. Alleen leken ze overwegend in het verleden te leven en hadden ze doorgaans iets te weinig toegevoegde waarde te bieden om de toeschouwer die níet op klompen door het leven stapt lang de oren te doen spitsen. Twee uitzonderingen slechts. Hudna, een trio met een Deen op elektrische gitaar, een Palestijn op percussie en een Turk op saz, kwam op de proppen met een even bezwerende als zinnenprikkelende mix van psychedelische rock, Anatolische melodieën en oriëntaalse grooves, waarmee het de rijkdom van een multiculturele samenleving onderstreepte. Elmøe & Hoffmann was dan weer de onwaarschijnlijke alliantie van een klassiek geschoolde violiste met een bouzoukispeler die tot voor kort de snaren beroerde in een heavy metalband. Hun artistieke chemie leidde tot elegante composities waarbij het heerlijk wegdromen was.

En zo was Tønder weer een festival dat je haast ongemerkt van de ene sfeer naar de andere loodste en klanken deed ontdekken die je, in andere omstandigheden, misschien nooit zou hebben opgezocht. Waarvoor hulde.