Self Portrait: favoriete foute muziek

20 augustus 2013

Altijd als ik Rob spreek gaat het uiteindelijk over Self Portrait van Bob Dylan. Dat album uit 1970 werd genadeloos neergesabeld door de critici, maar het is Rob’s favoriet Dylan-plaat. “Dat zou een rubriek in Heaven moeten zijn”, zegt hij steevast. “Favoriete-Foute-Platen.”

Maar zo ‘fout’ lijkt Self Portrait van Dylan niet meer. Op 23 augustus verschijnt Another Self Portrait als tiende deel in Bob Dylan’s Bootleg Series. De uitgave telt maar liefst vier cd’s, waaronder een geremasterde versie van Self Portrait en een registratie van het optreden van Dylan met The Band op het Isle of Wight-festival in 1969.

Hoofdbestanddeel van Another Self Portrait zijn 35 ‘teruggevonden’ opnamen van Dylan uit de jaren 1969, 1970 en1971. Ten tijde van Self Portrait en de albums New Morning en Nashville Skyline. Het zijn niet eerder op plaat verschenen nummers, demo’s en alternatieve versies.

Het Amerikaanse Rolling Stone, dat destijds Self Portrait recenseerde onder het alleszeggende kopje: What is this shit?, bestempelt Another Self Portrait nu op haar website een van de belangrijkste Dylan-albums ooit. Ik zie de grote lach al op Rob’s gezicht.

Bob Dylan nam voor Self Portrait tientallen nummers op met gitarist David Bromberg en organist Al Kooper. Onder het mom dat hij wat studio’s wil testen. Het is een werkwijze die Dylan wel vaker toepast. Hij laat zijn medemuzikanten graag in het ongewisse over zijn bedoelingen. Kooper dacht nog dat Dylan vooral een ode wil brengen aan zijn inspiratiebronnen, aangezien ze vooral traditionals, standards en nummers van andere singer-songwriters speelden.

De algemene opinie over Self Portrait luidde echter dat Dylan vooral zijn fans van zich wilde vervreemden. Dylan woonde eind jaren zestig in de bossen van villadorp Woodstock, een stuk ten noorden van New York. Hij was getrouwd, vader geworden, maar een rustig familieleven was niet voor hem weggelegd. Voortdurend lastiggevallen door opdringerige fans, die hem beschouwden als de zegsman van hun generatie. Daaraan stoorde Dylan zich mogelijk nog het meest. Hij liet niet na te benadrukken niet anders te willen zijn dan een muzikant in de traditie van Woody Guthrie, Johnny Cash en al die anderen die de Amerikaanse muziek in leven hielden.

Het loopt als een rode draad door Dylan’s muzikale loopbaan. Als het even kan breekt hij met de verwachtingen die het publiek koestert. Hij ging elektrisch tot afgrijzen van de akoestische folkbeweging, hij zong de gospel tegen het zere been van zijn agnostische aanhang en hij leunde achterover toen de tijdgeest eind jaren zestig in de vooruit-stand stond. Dat die muziek nu weer aanspreekt lijkt iets te zeggen over onze tijd. Maar misschien bewijst het vooral Dylan’s gelijk: muziek moet je slechts beoordelen als muziek. Rob’s Favoriete–Foute-Platen-rubriek lijkt definitief achterhaald.