Singer-songwriter, de comeback

2 november 2013

We hebben het geweten. Het leek zo eenvoudig, de beste 50 singer-songwriters van de wereld selecteren. Niet dus. Iedere keuze houdt een uitsluiting in. Tegenover iedere artiest die in de lijst wordt opgenomen, staat een afvaller en bij iedere afvaller hoort pijn. Dat hadden we voorzien, die teleurstellingen hadden we als samenstellers ook moeten slikken bij het terugbrengen van de longlist naar de shortlist. En toen we die voor publicatie voorlegden aan andere kenners werd daar ook weer op geschoten.

Niet het gesteggel over de namen was verrassend, maar de diepte van het ongenoegen. Het leek soms alsof we mensen persoonlijk onrecht hadden aangedaan door X of Y niet op te nemen. En eigenlijk is dat goed nieuws, want het illustreert de metamorfose die de singer-songwriter heeft ondergaan. Want laten we eerlijk zijn, tot voor kort was de singer-songwriter toch de loser onder de popmuzikanten. Een man meestal, een eenzaat, die bij gebrek aan erkenning en daardoor een band – die kan hij niet betalen – van eetcafé naar jongerencentrum trekt om alleen met zijn gitaar de liedjes te zingen en anekdotes op te lepelen om er nog iets meer van te maken. Het publiek is een soort geheimgenootschap. Bij je vrienden moet je er niet mee aankomen. Zoals Henk Hofstede schrijft in zijn bijdrage over Leonard Cohen in onze gewraakte lijst van de 50 beste singer-songwriters: ‘Mijn vriendenkring vond het maar raar dat ik Leonard Cohen draaide. Hij was toch te zacht, te poëtisch, te veel voor meisjes. Het ging ook tegen de tijdgeest is.’

The times they are a-changin’, schreef de nummer 1 uit onze lijst al zo’n vijftig jaar geleden, toen hij alleen met gitaar de wereld veroverde. De comeback van de singer-songwriter lijkt onstuitbaar – en dat onder aanvoering van Giel Beelen, die ik ervan verdenk eigenlijk helemaal niet van het genre te houden. Soit. Zijn tv-programma wordt goed bekeken en de clubtour van De beste singer-songwriter van Nederland was dit jaar nagenoeg uitverkocht. Waar de term voorheen werd gebezigd om een muzikale dinosaurus mee te typeren, werkt het nu als magneet voor jong en hip volk. En die zien meer in Douwe Bob dan in Lucinda Williams – nummer 15 in onze lijst, Douwe Bob ontbreekt. Americana-icoon Williams stond vorig jaar in Nederland voor matig gevulde zalen, waar Douwe Bob tegelijkertijd de clubs uitverkocht.

De emancipatie van de singer-songwriter lijkt inmiddels zulke vormen te hebben aangenomen dat het haast een diskwalificatie is als je het niet bent. Hoe konden wij bijvoorbeeld John Lennon en Paul McCartney niet vermelden? En Mick Jagger en Keith Richards? Onnodig om hier de definitie te herhalen die we voor het begrip singer-songwriter toepasten. Sir Paul zou gemakkelijk in zijn eentje publiek kunnen entertainen en hij schreef uitstekende liedjes. Maar nog niet zo lang geleden zou niemand het in zijn hoofd halen om McCartney een singer-songwriter te noemen. Dat zou hem ernstig tekort doen. McCartney was een drijvende kracht achter de beste popgroep allertijden, die experimenteerde met opnametechnieken, nieuwe genres en het leven in het algemeen. Ik denk ook niet dat de Glimmer Twins zich singer-songwriter voelen, die zijn in de eerste plaats Rolling Stone. ‘Het is een door de bizniz uitgebroede term’, schrijft Fay Lovsky in haar bijdrage over Joni Mitchell. ‘Joni Mitchell is veeleer een artist. Kunst is een roeping. […] Als de muziekwereld haar niet wil, en dat is vaak gebeurd in haar carrière, is ze kunstenaar met verf, en ook daarin is ze uniek.’ 

Vorige week hadden we een gesprek met Tim Knol over zijn nieuwe album Soldier On, dat half november verschijnt. Natuurlijk kwam ook de lijst ter sprake – informeel en achteraf. De jonge Nederlander gaat begin volgend jaar in zijn uppie vier maanden de theaters langs om zijn liedjes en een handvol covers te vertolken. Alleen met gitaar, piano en anekdotes. “Maar ik voel me geen singer-songwriter”, zei hij beslist. “Ik ben muzikant.”