Smith Perkins Smith in de mist

29 april 2015

De jaren zeventig waren net een jaartje oud toen ik met mijn aangepaste studentenkaart brutaalweg de Oude RAI in Amsterdam binnenstapte. Sociale Akademie Pers had ik er op weten te frunniken. Ik schopte de stennis die bij zo’n act hoort. Dat de redactie gisteren nog had gebeld met de aankondiging dat hun journalist het Island Label Festival wilde bijwonen. Dat Free toch wel een recensie in ons veelgelezen studentenblad waard was. En de film On The Road van Traffic die er in première ging, verdiende die geen promotie? Ik blufte de juffrouw achter de balie naar een schuldgevoel, er werden excuses gemaakt en een behulpzaam type leidde mij naar één van de geserveerde plaatsen voor bijzondere gevallen zoals ik, pontificaal op de eerste rij. Ziezo, ik zat.

De avond opende, als ik me goed herinner, met die registratie van een tournee van Traffic. Viel me danig tegen, weet ik nog. Het soulfulle Vinegar Joe met een geile Elkie Brooks die vunzige dingen deed met de microfoonstandaard, maakte mij later fan van de eerste soloplaten van Robert Palmer. En Free bleek de topact die niet kwam. Uriah Heep was overgevlogen om in te vallen. Zo ongeveer halverwege hun kabaal verliet ik de zaal. Niet mijn ding. Nee, dan Smith Perkins Smith. Nooit van gehoord, maar wat een muziek. Southern rock, countryblues, slepende ballades, hartverscheurend mooie samenzang en die gitarist sleurde overal prachtig doorheen.

Thuis in Den Haag spoedde ik me de volgende dag naar de Queens Passage om daar in het kleine platenzaakje hun titelloze elpee aan te schaffen. Prachtig grijze hoes met daarop een schoonheid in Jugendstil met een rood ingekleurde roos. Een enkel uptempo rocknummer, maar vooral prachtige akoestische mijmerliedjes. Die Steve en Tim Smith en Wayne Perkins zongen de tranen in je ogen. De plaat was opgenomen in de roemruchte studio in Muscle Shoals, met onovertroffen ambachtslieden als gitarist Jimmy Johnson, toetsenist Barry Beckett, bassist David Hood en drummer Roger Hawkins. Mannen die we goed kennen van een hele reeks topalbums van grootheden als Paul Simon, Boz Scaggs, Rod Stewart, Bob Dylan, Elton John en Willie Nelson.

Maar waarom deden Smith Perkins Smith eigenlijk verder niets meer en zijn zowel de groep als die ene elpee zo goed als vergeten? Er was nog sprake van de aanzet tot een opvolger, waarvan een paar nummers ergens in een of ander archief moeten liggen. Wayne Perkins werd door Island-baas Chris Blackwell naar Jamaica gestuurd om reggae te gaan produceren. Zelfs de aanbieding om Mick Taylor bij The Rolling Stones te vervangen bracht hem niet terug. Steve Smith produceerde Vinegar Joe en voegde zich later bij Robert Palmer om hem aan die geweldige eerste trits Sneakin’ Sally Through The AlleyPressure Drop en Some People Can Do What They Like te helpen. En Tim Smith zou de eerste opnamen van Lynyrd Skynyrd hebben geproduceerd, maar wat er verder van hem is geworden valt op geen enkele manier te achterhalen.

Ruim veertig jaar inmiddels draait die elpee van Smith Perkins Smith met grote regelmaat onder de naald van mijn Thorens TD160 door. Wie het album bij mij thuis hoort, wil het meestal zelf ook wel hebben, maar kan dat gevoeglijk vergeten. De originele vinylversie blijkt nauwelijks te vinden en de cd is al helemaal niet regulier te verkrijgen. Wel op YouTube: alle tien nummers van die verloren klassieker. Het wachten is op een wakker type die de banden opspoort, de opnamen voor de opvolger eraan toevoegt en aldus Smith Perkins Smith uit de vertegelheid haalt.