Terry Reid, een vergeten talent

7 januari 2013

De Engelsman Terry Reid heeft vooral popgeschiedenis geschreven met wat hij niet heeft gedaan. In 1968 vroeg Jimmy Page hem als zanger voor The New Yardbirds. Reid richtte zich liever op zijn eigen band, maar wist wel een andere geschikte kandidaat: Robert Plant. Ook noemde hij nog de naam van drummer John Bonham. The New Yardbirds werden Led Zeppelin en de rest is geschiedenis. Reid werd ook nog gevraagd toe te treden tot Deep Purple, waarvoor hij al evenmin voelde. Dat hij zo’n gewild zanger was, mag niet verbazen, want zijn stem en techniek maakten hem indertijd uniek. Zijn zang was vrij hoog, soepel, emotievol en indringend. Zonder naar lucht te happen, wist hij flink uit te halen, vandaar ook zijn bijnaam Superlungs.

Als tiener werkte Terry Reid (1949) al als professioneel zanger en gitarist. Zo tourde hij met zijn groep The Jaywalkers door Engeland met The Rolling Stones en Ike & Tina Turner. Enkele jaren later verschenen onder zijn eigen naam twee vrij stevige platen, die nu nogal gedateerd aandoen. Tegelijkertijd is al wel te horen dat hij een bredere blik heeft dan je zou vermoeden op grond van het hardrock-etiket, dat in die begindagen soms op zijn muziek werd geplakt. Dat bewijst bijvoorbeeld zijn versie van Donovan's Season Of The Witch op het debuut Bang, Bang, You’re Terry Reid (1968), een album waarover Reid zelf overigens allerminst tevreden was.

In 1968 vergezelde hij Cream tijdens een Amerikaanse tournee, hij trad op tijdens het Miami Festival, en zo was Terry Reid binnen de kortste keren in de Verenigde Staten bekender dan in zijn geboorteland, waar zijn debuutplaat niet eens op de markt werd gebracht. Hij koos eieren voor zijn geld en vestigde zich in Californië. In 1973 verscheen River, een sterke plaat, gestoken in een klaphoes met een abstracte voorkant, die een heel ander geluid laat horen. De slepende, aangrijpende nummers doen vermoeden dat Reid toen een zware tijd doormaakte. Op het drie jaar later uitgebrachte Seed Of Memory klinkt hij minder gepijnigd, al gaan sommige liedjes weer door merg en been. Het titelstuk zou overigens niet hebben misstaan op On The Beach en Brave Awakening had zo op Harvest gekund. Waarbij onmiddellijk de kanttekening moet worden geplaatst dat Reid een veel sterkere zanger is dan Neil Young.

Seed Of Memory is geproduceerd door Graham Nash, die af en toe meezingt, terwijl zich onder de begeleiders topmuzikanten bevinden als gitarist David Lindley en steelgitarist Al Perkins, die overigens al in 1970 deel uitmaakte van Reid's band op het Isle of Wight-festival. Seed Of Memory is een sterk, volwassen album, dat echter niet goed aansloot op de smaak van de fans van het eerste uur, terwijl de recensenten evenmin stonden te juichen. De eerste helft met uitsluitend werk van eigen hand is vrij ingetogen en heeft een CSNY-achtige sound. De funkier B-kant geeft een voorproefje van de uitstekende Rogue Waves. Vervolgens liet zijn vijfde album, het nogal teleurstellende The Driver, liefst twaalf jaar op zich wachten.

Hoewel Reid geregeld bleef optreden, leek zijn platencarrière er inmiddels op te zitten. Maar zowaar, onlangs verscheen opeens de dubbelcd Live In London. Zijn stem is rauwer geworden en soms heeft hij moeite de juiste toon te halen, maar desondanks weet hij nog altijd te overtuigen met zijn klassiekers, die overigens wel behoorlijk lang worden uitgesponnen. Zo beslaat Faith To Arise zeveneneenhalve minuut, overschrijdt Brave Awakening de grens van tien minuten en duurt River zelfs haast dubbel zo lang. De anekdotes tussendoor halen de vaart er wat uit. Ook had hij enkele nummers, waaronder de Frank Sinatra-hommage The Wee Small Hours, best mogen weglaten. De eerlijkheid gebiedt dan ook te zeggen dat Live In London eigenlijk alleen een aanwinst is voor de verstokte fans van Terry Reid, een van de grootste vergeten talenten uit de popmuziek van de jaren zeventig.