Time was on their side

4 januari 2014

The Rolling Stones anno nu. Wie tussen Kerstmis en Nieuwjaar op dezelfde avond zowel de documentaire Crossfire Hurricane als de concertregistratie Sweet Summer Sun van het optreden in het Londense Hyde Park uit 2013 heeft gezien, die begrijpt waarom de oudste rockgroep ter wereld inmiddels volslagen achterhaald is. Geen urgentie, wel pretentie. De onvervalste sound is gebleven en ze spelen even gedreven als vroeger, daar ligt het niet aan, maar toch wringt er buiten het gigantische ego van hun voorman nog iets: time is no longer on their side. De muziek is losgezongen van de tijd waarin ze ontstond. Op de beste momenten lijkt het concert op een gezellig middagje golden oldies. Overwegend echter overheerst een gevoel van deerniswekkende aandachttrekkerij en ongeloofwaardigheid.

De muziek van The Rolling Stones bezit een klassieke levenskracht. Zelfs wie er niet mee uit de voeten kan, moet toch erkennen dat bepaalde nummers zich genesteld hebben in het collectieve geheugen. Het is het geluid van een tijd, een voorbije tijd. Rauw, puur en hard verklankte de band de agressieve Zeitgeist waarvan Vietnam, studentenoproer, politieke moorden en een diepe sociale crisis de iconen vormden. Ze gaven de agressie een geluid. Geen stijlveranderaars, eerder exponenten van de status quo. Gebeiteld in de geest van de tijd. Tot stand gekomen in een generatieconflict. Wild, woest en ontembaar.

De documentaire, evenals de concertregistratie, werd uitgezonden naar aanleiding van het gouden jubileum van The Rolling Stones. Crossfire Hurricane van filmmaker Brett Morgen vormde een imposant tijdsdocument. De beelden van hun tumultueuze claim to fame als Engelse bluescoverband tot en met hun mainstream succes werden met name door Mick Jagger en Keith Richards van commentaar voorzien. Je zag de ontluikende creatieve gekte van een gedreven groep die tot het uiterste ging en de machinaties binnen het collectief. De drank, de drugs, de dood en de belastingen, het zat er allemaal in, onverbloemd. Crossfire Hurricane leek op een aflevering van Andere Tijden. Wie het zoals ik niet heeft mogen meemaken, begrijpt de muziek ineens in haar context. De Sturm und Drang en rebellie van de jaren zestig, de consoliderende suckin’ seventies en ten slotte de kleurrijke stadionmegalomanie in de jaren tachtig.

En toen Sweet Summer Sun, dat concert in Hyde Park. Een gemêleerd publiek en een bedaagde band die braaf hits opdist. Een groter contrast met de documentaire was ondenkbaar. De geldingsdrang was gebleven. Maar net die ambitie maakte het concert pijnlijk langdradig. Mick Jagger heeft wel nog conditie, maar geen stem meer. Keith Richards, Charlie Watts en Ron Wood spelen best lekker, maar van een overtuigend collectief is – mede door de  aanstellerij van opa Jagger – allerminst sprake. Het klinkt blikkerig, obligaat en hopeloos anachronistisch. Gracieus oud worden en overtuigend blijven – wat Bob Dylan, Leonard Cohen en Neil Young wel lukt, dat spelen The Rolling Stones niet klaar.

Wie zich krampachtig verzet tegen de tijd gaat geheid kopje onder. Als het al niet gelukt is te sterven voordat je oud wordt, kun je im Rock und Roll Geschäft maar beter een toontje lager zingen. Enkel hij die de oude dag toestaat en hem in zijn stem durft te laten klinken blijft geloofwaardig – denk aan John Hiatt. Het optreden van de Stones in Hyde Park was één grote erectiestoornis en de tragische ontkenning daarvan. Een saai verjaardagsfeestje met een opa vol bleke verhalen over vroeger. Een zielige circusact met een tandeloze leeuw die allang niet meer brult, een overjarige trapeze met reumatiek en een clown die zijn streken heeft verloren. The Rolling Stones zijn gefossiliseerd.