Tourtip: Jesse Dayton & Band

17 januari 2019

Voor liefhebbers van naar rockabilly neigende countryrock is er geen mooier optreden denkbaar dan van Jesse Dayton. Een beul van een gitarist, een soulvolle zanger en een podiumpersoonlijkheid. Vreemd genoeg bracht hij in zijn decennialange carrière nooit een livealbum uit. Tot nu. On Fire in Nashville is rootsrock van de meest energieke soort. En… zo bekent hij in een interview in het Heavennummer dat in februari verschijnt, de band wist niet eens dat ze werd opgenomen.

Uit het interview (door Marcel Haerkens):

“Waddy Wachtel zei laatst nog tegen me: ‘Je moet in ons vak eigenlijk een soort Joe Walsh kunnen zijn. Een tijd in een supergroep spelen, een eigen loopbaan er op blijven nahouden en dan ook nog eens hier en daar wat gitaarpartijen voor anderen inspelen.’” Jesse Dayton zegt het op haast samenzweerderige toon. Net als de welhaast legendarische sessiegitarist Wachtel speelde ook Dayton met de groten der aarde terwijl zijn eigen werk nooit de aandacht heeft gekregen die het toekomt. Eerder, en niet zo verwonderlijk, legt men de nadruk op het feit dat Dayton werd ingehuurd door iconen als Waylon Jennings, Johnny Cash, Ray Price, Glen Campbell en Willie Nelson. Daarnaast speelde hij met de cowpunkers van Social Distortion en verving hij onlangs nog gitarist Billy Zoom bij de punkrockformatie X van zijn vriend John Doe. “Ik ben geboren en getogen in Beaumont, Texas, vlak bij Louisiana. Die plaats was zo vergeven van muziek dat ik als kind het verschil niet hoorde tussen zydeco, rockabilly of punkrock. The Clash is de band die me wakker heeft geschud. Hun muziek heeft me behoed voor de gladde hairbands uit LA. Toen ik The Clash voor het eerst zag spelen stond Joe Ely, nu een goede vriend, in het voorprogramma. Als toegift deden ze I Fought The Law. Wist ik veel dat dat een oude rock ’n’ roll  hit was. Daarom is het voor mij ook heel normaal om niet in stilistische hokjes te denken.’

Jesse Dayton & Band live: 3 februari in TivoliVredenburg, Utrecht; 4 februari in Patronaat, Haarlem; 28 februari in De Oosterpoort, Groningen; 1 maart in Huis Verloren, Hoorn.