Uit het leven: Levon Helm (1940-2012)

20 april 2012

Levon Helm is gistermiddag op 71-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van keelkanker, waarmee hij eind vorige eeuw voor het eerst te kampen kreeg. De afgelopen vijf jaar beleefde de zingende drummer een glorieuze comeback dankzij twee bekroonde americana-albums - Dirt Farmer en Electric Dirt - die in de schaduw konden staan van zijn beste werk met The Band. Hij beschouwde zichzelf als de derde zanger van die invloedrijke groep, ook al werden de bekendste nummers – The Weight, The Night They Drove Old Dixie Down en Up On Cripple Creek – door hem gezongen, terwijl hem gaandeweg bovendien steeds meer liedjes werden toebedeeld, waaronder hoogtepunten als When I Paint My Masterpiece, The River Hymn en Ophelia.

Geboren en getogen op het platteland van Arkansas in een godvruchtig boerengezin met liefde en talent voor muziek hoorden zingen en spelen voor Mark Lavon Helm tot de opvoeding. Via de radio maakte hij als tiener in de prehistorische dagen van de rock ’n’ roll kennis met country ’n’ western en rhythm ’n’ blues. Vanaf zijn zeventiende drumde Helm in allerlei lokale bands, totdat hij werd gerekruteerd door Ronnie Hawkins, een woeste rockabillyzanger die eind jaren vijftig naar Canada verkaste. Als enige van The Hawks werd hij gaandeweg niet verteerd door heimwee, al raakte hij tegenover de jonge vervangers uit Ontario niet uitverteld over het Zuiden. Eenmaal op eigen benen wisten ze het in de Verenigde Staten ternauwernood te redden, zodat het aanbod om met Bob Dylan op wereldtournee te gaan bepaald niet ongelegen kwam. Na diens mysterieuze motorongeluk ontwikkelden zijn werkloos geworden begeleiders gedurende de Summer Of Love een volstrekt eigen stijl, een soort americana avant la lettre die eind jaren zestig zijn beslag kreeg met Music From Big Pink en het absolute meesterwerk The Band.

Het onverwachte succes van The Band betekende achteraf gezien eigenlijk het begin van het einde. Tegen hun oerdegelijke imago in ging het stel na de verhuizing van Woodstock naar Los Angeles flink aan de drugs, waarbij alleen Robbie Robertson als drijvende creatieve kracht zich in de hand wist te houden. Met veel pijn en moeite wist hij de groep draaiende te houden, totdat hij het halverwege de jaren zeventig niet langer trok. Het einde ging gepaard ging met een grootscheeps afscheidsconcert onder de romantische titel The Last Waltz, dat werd opgeluisterd door een stoet aan speciale gasten, onder wie Muddy Waters, Ronnie Hawkins, Eric Clapton, Van Morrison, Joni Mitchell, Neil Young en vanzelfsprekend Bob Dylan. Levon Helm startte vervolgens noodgedwongen een solocarrière en speelde daarnaast enkele verdienstelijke filmrollen, maar een reünie van The Band, minus Robertson uiteraard, kon onmogelijk uitblijven, want teren op oude glorie bleek de enige manier om het hoofd boven water te houden.

Eind vorige eeuw kreeg Levon Helm te kampen met keelkanker, wat hem het zingen voor altijd onmogelijk dreigde te maken. Een kleine dertig bestralingen reduceerden zijn krachtige tenor tot een hese fluisterstem, maar beetje bij beetje won hij aan volume terug. Hij begon weer incidenteel tijdens The Midnight Ramble, de wekelijkse muzikale revue in The Barn, de opnamestudio naast zijn huis even buiten Woodstock. Dochter Amy Helm, zelf actief in het neofolkensemble Ollabelle, haalde hem over weer te gaan opnemen onder de hoede van multi-instrumentalist Larry Campbell, die kort daarvoor na zeven jaar uit The Never Ending Tour van Bob Dylan was gestapt. Ook zonder die dramatische voorgeschiedenis klonk Dirt Farmer als een fabuleus album vol knoestige folkrock van een bejaarde met een verbluffend krachtig stemgeluid. De al even geweldige opvolger Electric Dirt was niet langer zuiver akoestisch gehouden en strekte zich muzikaal uit van de Appalachen tot aan New Orleans, waarmee Helm bij vlagen warempel de gloriedagen van The Band deed herleven. Zo vond Levon Helm na een half leven lang ronddwalen alsnog de weg terug. Op zijn oude dag kwam hij eindelijk weer thuis.

Zie ook Popstukken: Levon Helm in de schaduw van The Band en The Band op zoek naar de verloren tijd.