Vermoeide benen bij Bruce Springsteen

21 juni 2016

Vorige week dinsdag woonde ik voor de 21ste keer een concert bij van Bruce Springsteen Hoe zot kan je eigenlijk zijn? Ik weet het niet, en eigenlijk wil ik het ook niet weten, daar ik vermoed dat het antwoord op deze vraag niet echt in mijn voordeel pleit. Soit. Op voorhand had ik me alvast verheugd op dit concert, want al de vorige concerten waren goed tot briljant, enkele zelfs (voor mij althans) onvergetelijk.

In Den Haag vond ik er niet veel aan. Natuurlijk waren Bruce en zijn trouwe E-Street Band goed en professioneel, en gaven ze zich zelfs helemaal gedurende drieëneenhalf uur. Respect daarvoor. En neef Jake Clemons die zijn legendarische nonkel Clarence op sax moest vervangen, deed dat zelfs bewonderenswaardig goed. Het publiek was razend enthousiast en zong volop mee. En genoot. Genoot heel erg, zag ik zo, ook van ettelijke bekers frisse pils, die met grote vrachten werd aangesleept, het hele concert door. Zo hoort dat, denk ik, alleen doe ik dat zelf niet. Meestal hoorde ik zelfs Bruce nog zingen, boven al die goed gesmeerde Hollandse kelen uit. Daar mag ik echt niet over klagen, dat weet je gewoon als je naar een festival of een megaconcert in open lucht gaat. Het publiek bouwt een feestje en wil waar voor zijn geld. En gelijk hebben ze.

Wat liep er dan mis voor mij? Ikzelf, denk ik. Ik houd meer van de ingetogen, donkere, soms zelfs sombere liedjes, en ben zijn meezingers wat beu gehoord. Maar dat verklaart dan nog niet alles, want hij speelde zelfs Racing In The Street, misschien wel mijn favoriete Springsteen-nummer ever. Zelfs toen kon ik nog niet echt in het concert komen. Ik stond erbij, keek ernaar en luisterde wezenloos. Met het gevoel op een feestje beland te zijn waar ik niet thuishoor. Iedereen vrolijk behalve sombermans zelf. Ik voelde eigenlijk niets, behalve onverschilligheid misschien en bleef vooral toeven in mijn grote doorzichtige en denkbeeldige bubbel. Jammer van mijn centjes, 79 euro is niet niks, maar eigenlijk was dat nog het minst van mijn zorgen. Waar was de magie gebleven die ik zo dikwijls bij Springsteen-concerten had mogen ervaren? Dat verlies, dat beseffen, deed mijn muziekhart pijn. Bruce deed mij dromen in de vorige eeuw, toen ik jong was. Nu niet meer. Ik was op het einde van het concert eigenlijk aan het denken aan mijn vermoeide benen, vanwege het lange staan en de hele dag door Den Haag wandelen. Als een concert briljant is en je optilt, voel je geen vermoeidheid.

Mijn 21ste Springsteen-concert in de 21ste eeuw. Toevallige cijfersymboliek natuurlijk, maar toch, ik denk dat het voor mezelf een teken is dat het genoeg. Mij zien ze voorlopig niet meer, tenzij The New Jersey Devil nog eens een album maakt als Born To Run, Darkness On The Edge Of Town, The River of Nebraska. Niet dus. Alhoewel ik mezelf niet echt vertrouw qua gemaakte beloftes, zo weet ik uit ervaring. Misschien moet ik toch maar eens aan die 21ste eeuw beginnen. Misschien is het nog niet te laat. Doch het wordt al een beetje donker aan de rand van de stad.