Wachten tot gisteren

10 juni 2014

Afgelopen zondag raakte ik sinds lange tijd weer ontroerd door muziek. Ik bezocht een optreden van Harry Siers, tijdens het cultureel festival Delft Fringe. Samen met tien andere mensen zat ik in de kleine voorkamer van het Kaartenhuis, aan het Heilige Geestkerkhof. Nu is het pand een woonhuis, maar vroeger kon je hier tickets kopen voor concerten van alle grote popidolen der aarde. In een fotoboek op de ronde tafel in de voorkamer zag ik mensen in lange rijen wachten op een kaartje voor U2, Prince en The Cure. Dat was in de tijd dat het gemak van internet de romantiek van het papieren kaartje nog niet had verdrongen. Op de tafel stond een plantje en een suikerpot en in de achterkamer zag ik via de classicistisch bewerkte doorgang een koffieketel op een dressoirkast staan. Het was een huiskamerconcert – alleen een brandend haardvuur ontbrak nog.

De zanger had nummers van Tom Waits bewerkt en vertaald in het Nederlands. Tom Waits, de zanger die de schoonheid van verval verpakt in een rauwe stem waarin een krakende rasp een doorleefd leven laat weerklinken: The piano has been drinking, not me, not me, not me. De stem van Harry Siers is fluweelwarm, maar toch weet hij Waits’ melancholie in prachtige Nederlandse zinnen te vatten. Hij omlijstte zijn nummers met persoonlijke verhalen, over zijn kinderen, zijn liefde voor taal, het overlijden van zijn vrouw. Boven ons kraakte het hout, ergens piepte een deur. De kamer werd steeds kleiner. Doodstil luisterden we naar de pracht van de teloorgang: Vandaag kun je vergeten, morgen ben ik er niet, dus wacht dan maar tot gisteren, mijn lief. In de spiegel recht tegenover me zag ik mijn gevouwen handen mijn ontroering omvatten.  

Deze column van Marcel de Jong verscheen eerder in de Delftse Post. Foto: Kees van der Niet.