Zing je moerstaal!

23 juli 2013

Herkent u het volgende tafereel? Op het podium een Nederlandse artiest die in zijn eigen taal de aandacht van het publiek vraagt voor “een zeer persoonlijk nummer”. En dan begint te zingen, in het Engels. Echt origineel is de tekst niet, en de uitspraak kan ook beter. In de loop der jaren ben ik deze kniebuiging voor het Engels steeds vreemder gaan vinden. Met je moerstaal kun je spelen, met een vreemde taal is dat veel moeilijker en verval je al snel in clichés.

Handelsnatie Nederland is van oudsher gewend zich aan te passen. Een buitenlander die graag Nederlands wil leren heeft dikke pech als hij een enkel woord Engels machtig is. Voor hij het weet is die internationaal georiënteerde Nederlander al overgegaan op het Engels. Die  is daarbij steevast in de veronderstelling dat hij die taal zo niet perfect dan wel goed beheerst, maar komt vaak niet verder dan stone coal English.

Het is nog niet eens zo lang geleden dat het de ultieme droom was van vele muzikanten om door te breken in de Steets, bakermat van vele belangrijke muziekstromingen. Dat deed je dan automatisch met Engelse teksten. En als je in Amerika ook maar enigszins succes had stond je ook in eigen land in hoger aanzien. De gerichtheid op het beloofde land heeft verregaande invloed gehad op de waardering van Nederlandstalig repertoire. Dat stond bij voorbaat al op achterstand, en staat het nog, hoewel mijns inziens minder dan vroeger.

Nederlanders wordt over het algemeen niet geleerd van hun taal te houden. Vergelijk dat eens met de Fransen en zelfs de Duitsers, die de rijkdom ervan koesteren. Een Nederlander die trots is op zijn eigen taal is vaak nog bang om voor nationalist uitgemaakt te worden. In Nederland moet je voor je eindexamen Nederlands multiple-choice trucjes leren. Als je geluk hebt gehad, kreeg je  in de jaren daarvoor les van een leraar die passie uitstraalde voor literatuur en poëzie. En als je heel veel geluk had was het er een die oog had voor die grote hoeveelheid prachtige teksten en de manier waarop ze in muziek waren omgezet. Van Toon Hermans, van Lennaert Nijgh, van Willem Wilmink, van Willem Vermandere, van Rob Crispijn, van Cornelis Vreeswijk, van Bram Vermeulen, van Freek de Jonge, van Herman van Veen. Een lijst die nog flink valt uit te breiden.

De Nederlander realiseert zich te weinig dat zijn taal ook zijn identiteit is. Het Koningslied kon op weinig belangstelling rekenen tot duidelijk werd hoe overrompelend de poging was om het land op te zadelen met het meest kreupele Nederlands ooit in een lied gebruikt. En toen bleek dat Nederlanders hun taal wel degelijk kunnen liefhebben. Alleen zijn ze zich daarvan te weinig bewust en komt die liefde pas naar voren bij flagrante schendingen. Het is in deze context niet verwonderlijk dat hele goede muzikanten heel erg onbekend zijn.

Bij toeval ontdekte ik ruim een jaar geleden de muziek van Johan Meijer. Ik had nog nooit een letter over hem gelezen terwijl hij toen al drie cd’s in het Nederlands had gemaakt. Johan Meijer doorkruist Duitsland en landen in Midden- en Oost-Europa, praat daar met muzikanten en soms ook met hun nabestaanden, vertaalt de nummers van die muzikanten en bewijst met deze werkwijze niet alleen een dienst aan vaak vergeten of onbekende artiesten maar ook aan de Nederlandse taal. Daarnaast schrijft hij eigen liedjes. Of je nu luistert naar Vaarwater (een ode aan de zee), Tilsit (lofzang op een Europa zonder oorlog) of Hondsdraf (eerbetoon aan de Oost-Duitse zanger Gerhard Gundermann), tekst en uitvoering zijn sprankelend en van grote klasse.

Martin Korthuis zingt weliswaar in het Gronings, maar het is een jas die hem perfect past. En zo moeilijk is dat dialect niet. Hij is de meester van de eenvoudige maar rake tekst, bij eigen liederen, maar ook als hij ‘hertaalt’ naar het Gronings. Zijn album Aailand uit 2007 kwam nog op het jaarlijstje van een medewerker van Heaven terecht maar daarna is zijn muziek genegeerd. En dat terwijl hij eind vorig jaar Geluk uitbracht, een album dat ook muzikaal, dankzij zijn fantastische begeleidingsgroep, en qua productie op een eenzaam hoog niveau staat.

Je eigen taal, daar is veel in mogelijk. Johan Meijer en Martin Korthuis bewijzen het en verdienen veel meer aandacht.